Wéér een stickertje…

Over stickers hebben we het bij skrivadur.nl vaker gehad. Er gaat weer een stickertje bijkomen. Vrijdag 21 januari jl. was de kogel door de kerk: voor het gebruik van de permanent in staat van ontbinding verkerende wegen van Vlaanderen, Wallonië en het Brussels gewest moet vanaf 2013 geld worden neergeteld. In ruil voor je euro’s krijg je van de Belgen een mooie, nieuwe ‘autocollant’ voor op ‘uw wagen’. Alleen met zo’n sticker op je voorruit mag je door het politiek zwaar verdeelde land rijden om uiteindelijk uit te komen op de vakantiebestemming in Frankrijk, Spanje of Portugal.

Voorstel: hoe meer gaten, hoe lager de prijs van het Belgische tolvignet!

Voorstel: hoe meer gaten, hoe lager de prijs van het Belgische tolvignet!

Kwaliteitseisen
Eigenlijk is het te belachelijk voor woorden dat alle Europese lidstaten van dit soort belastingmaatregelen nemen. Waarom is er niet één regeling die voor ons allemaal geldt? In plaats daarvan moeten we onze auto’s voorzien van ontsierende en gezichtsbelemmerende stickertjes. Natuurlijk willen we best wel betalen als we iets gebruiken. Maar wij hebben zo onze kwaliteitseisen. Bovendien moeten er gratis alternatieven blijven bestaan. Een supersnelle en mooie tunnel mag geld kosten. Over de bergpas rijden is immers voor velen geen pretje. De péage in Frankrijk is een zegen. Goede wegen en superverbindingen. En als je wat meer tijd hebt, dan kruip je lekker – gratis – binnendoor.

Als we dan moeten betalen, willen we deze borden nooit meer zien!

Als we dan moeten betalen, willen we deze borden nooit meer zien!

Braamstruikse binnenpaden
Nee, het Belgische besluit kan onze goedkeuring niet wegdragen. De Zuiderburen weten dat alle Nederlanders via hun braamstruikse binnenpaden naar de zon rijden. Sterker nog: ze noemen een deel van hun snelweg al heel optimistisch ‘Autoroute du Soleil’. Alsof in de Ardennen de zon vaak schijnt! Zullen we de Belgen voortaan ook laten betalen als ze de Nederlandse grens overkomen? Of zullen we – en dat past wel bij Nederlanders – massaal gaan zwartrijden? Er zijn lang niet zo veel gendarmes en andere ‘zwaantjes’ om ons allemaal te bekeuren. Andere opties: een tunnel onder België door? Of een grote tuibrug? Omrijden via Duitsland kan uiteraard ook. Leve één Europa van je hieperdepiep hoera!

Frites als medicijn

De Vlamingen zijn een bijzonder volk! Daar hoor je niemand praten over de gezondheidsrisico’s van de vette hap. Hoe anders is het hier in Nederland. Koop je hier een portie frites, dan voel je je al bezwaard. Er kleven immers allerlei narigheden aan de goudgele jongens: dichtslibbende aderen, hoge bloeddruk, obesitas, noem maar op. Terwijl iedereen toch weet dat een frietje op zijn tijd werkt als een waar medicijn. Er zitten immers vitamientjes in aardappels! Geloof je het niet? Kijk dan maar eens op de foto die we onlangs schoten in Brugge! Gekker kunnen ze het niet maken, wel leuker!

Een vitamineshot nodig? Neem een portie frites! (c) skrivadur.

Een vitamineshot nodig? Neem een portie frites! (c) skrivadur.

Een dikke boterham

Dikke boterhammen. Die kun je krijgen bij sommige bakkers in België. Dunne boterhammen trouwens ook. In allerlei soorten en smaken: wit, bruin, volkoren, meergranen, tarwe, vikorn, woud, zonnebloempitten, maanzaad, pompoenpitten. Je noemt het maar, zij hebben het. Het lijken net ‘Ollanders’, want sinds enige tijd verkopen ze in Vlaanderen brood per sneetje. Vlaamse zuinigheid? Of Belgisch pragmatisme? Hoe dan ook, het is een succes.

Nieuw: brood per sneetje!

Nieuw: brood per sneetje!

Zelf samenstellen
Bakkersklanten kunnen voortaan zelf hun brood samenstellen. Heel eenvoudig kies je per sneetje. De dikte varieert van een flinterdun bammetje van vier millimeter tot een dikke plak van drie centimeter. Eén, twee, drie, tien sneetjes? Geen probleem! Een samengesteld assortiment? Dat is evenmin problematisch! Alles wordt mooi geseald overhandigd met de warme groeten van de échte bakker. Gewoon een kwestie van een geniale vondst!

Een warme-truienwinter

Morgen is het Warme-Truiendag in Nederland. Onze Vlaamse vrienden vieren dan Dikke-Truiendag. Of het nu warme of dikke truien zijn, dat maakt niets uit. In beide gevallen gaat het om een dag dat we stilstaan bij het klimaat en bij energiebesparing. Wat mij betreft is er echter niet alleen sprake van een Warme-Truiendag, maar ook van een Warme-Truienwinter.

12 februari 2010: Warme/Dikke-Truiendag. (c) www.stichtingmilieunet.nl.

12 februari 2010: Warme/Dikke-Truiendag. (c) www.stichtingmilieunet.nl.

Een knisperende winter
Hoewel de sneeuw een beetje op ieders zenuwen begint te werken, is het toch wel erg lekker, zo’n knisperende winter! Het is écht zo’n winter om er lekker op uit te trekken. Uiteraard met je dikke trui aan. Je fleecejack mag ook. Ook over een softshell doen we niet moeilijk. De natuur ziet er met deze sneeuw heel anders uit. Veel frisser, dat spreekt voor zich, maar ook ‘helderder’. Bovendien is de kans nu veel groter dat je eens wild ziet. Vossen, reeën, konijnen en hazen tonen zich nu alsof ze een modeshow lopen met hun winterse vacht. Je moet er wel oog voor hebben. En je moet er op uit trekken! Dus: dikke (en warme) trui aan en in de sokken!

Protocol van Kyoto
O ja, nog even voor de volledigheid: de Dikke/Warme-Truiendag vindt dit jaar voor de zesde keer plaats. Het evenement dankt zijn bestaan aan het Protocol van Kyoto uit 2005. Zowel in Vlaanderen als in Nederland wordt met deze campagne opgeroepen tot het slim gebruiken en besparen van energie: zet de verwarming wat lager, trek een warme trui aan! Tijdens Dikke/Warme-Truiendag wordt ook aangedrongen op maatregelen die de CO2-uitstoot terugdringen. Het besparen van energie is uiteraard een goede zaak. Ik heb wel zo mijn twijfels over de CO2-hoax. Maar vaste lezers van mijn weblog wisten dat al. Eigenlijk zit er wel een tegenstrijdigheid in deze ‘feestdag’. Als we de overheid moeten geloven, wordt de aarde kouder als het CO2-gehalte daalt (want de aarde wordt volgens deze theorie warmer als het CO2-gehalte stijgt). Gevolg daarvan is wel dat je de kachel wat oppookt. En dat zorgt voor een stijging van het energiegebruik. Je kunt natuurlijk ook twee dikke truien aantrekken. Maar of dat zo prettig zit…

Tommy bedacht in Brabant

Moffen, Yanks, Tommy’s. Iedereen met een beetje interesse in oorlog en geschiedenis kent deze bijnamen wel. Vrij weinig personen weten de oorsprong van deze ‘geuzennamen’. Hoog tijd om eens in die naamgevingshistorie te duiken!

‘Mof’ bestaat al eeuwenlang
Het scheldwoord ‘mof’ bestaat al eeuwenlang in het Nederlands. Zowel in Vlaanderen als in Nederland werd het gebruikt om onze Oosterburen er mee aan te duiden. Het gebruik van het woordje ‘mof’ neemt af. De tijden dat zelfs ons staatshoofd het in haar speeches gebruikte, liggen (gelukkig) ver achter ons. Al in de zestiende eeuw werd in de Lage Landen gesproken over moffen. Daarmee werden immigranten aangeduid die profiteerden van de armenzorg. Met ‘mof’ duidde men in deze tijd dus niet per se altijd een Duitser aan.

De scheldnaam 'mof' wordt vooral geassocieerd met de Tweede Wereldoorlog.

De scheldnaam 'mof' wordt vooral geassocieerd met de Tweede Wereldoorlog.

Duitsers met een grote mond
Hoe is ‘mof’ dan in verband gekomen met onze Oosterburen? Er bestaat een Duits woordje, ‘Muff’. Daarmee duiden de Duitsers iemand aan met een grote mond. Ha! Dat is het: Duitsers hebben grote monden, dus zijn we ze ‘moffen’ gaan noemen! Misschien… Het kan ook maar net zo zijn dat het scheldwoord op een andere manier is ontstaan. Zo droegen Duitse soldaten uit Münster tijdens het beleg van Groningen (in 1672) moffen. De inwoners van de Lage Landen vonden dit zeer verwijfd aandoen. Die Duitse soldaten konden nooit veel soeps zijn! Het is ook goed mogelijk dat we het woord ‘mof’ te danken hebben aan de Oost-Friezen en Eemslanders. Zij noemden de Duitse landen in de zeventiende eeuw ‘Muff’. Om een lang verhaal kort te maken: we weten niet precies waar het woordje vandaan komt.

Eerste Coalitieoorlog
Heel anders is het gesteld met ‘Tommy’. Van deze bijnaam is de exacte geboorteplaats en geboortedatum bekend. Hou je vast, dan gaan we terug naar september 1794, naar de Eerste Coalitieoorlog tegen de Franse Republiek. De veldslag werd uitgevochten tussen Franse troepen onder bevel van generaal Jean-Charles Pichegru en geallieerde troepen (Britten, Hessen en Hannoverianen) onder het commando van Frederik August, hertog van York stonden. Op 14 september 1794 rukten de Fransen al strijdend op naar ‘s-Hertogenbosch. Zij vielen hierbij de geallieerden bij Boxtel vanuit drie zijden aan. Na een hevige strijd van een uurtje of drie werd het dorp en de strategisch belangrijke brug over de Dommel ingenomen. Daarna gingen de Fransen verder met hun veldtocht.

De naam van soldaat Thomas Atkins werd synoniem voor de dappere Britse strijder.

De naam van soldaat Thomas Atkins werd synoniem voor de dappere Britse strijder.

Hertog van Wellington
Op 15 september 1794 wilden de geallieerden Boxtel heroveren. De Britse versterkingen slaagden daar echter niet in. Sterker nog: de geallieerden vluchtten in blinde paniek en werden achterna gezeten door de Franse troepen. Arthur Wellesley, de latere hertog van Wellington, voerde deze dag samen met zijn 33-ste infanterieregiment zijn allereerste veldslag. Hij bewees toen een kundig strateeg en een bekwaam militair te zijn. Eén van zijn soldaten – Thomas Atkins – kreeg het zwaar voor de kiezen tijdens de strijd. Wellesey zocht de stervende jongeman op en informeerde naar zijn toestand. Thomas richtte zich op naar zijn commandant en sprak de historisch geworden optimistische woorden: “It’s all right sir, it’s all in a day’s work“. Kort daarop sloot Atkins voorgoed zijn ogen. Sinds 15 september 1794 is de voornaam van Atkins in gebruik als koosnaam voor Britse soldaten. ‘Tommy’ verwijst naar de optimistische en moedige instelling van de Britse strijders.

Aan de geuzennaam 'yankee' zit een Nederlands tintje.

Aan de geuzennaam 'yankee' zit een Nederlands tintje.

Nieuw-Nederland
En hoe zit het dan met ‘Yanks’? Ook hier zit een Nederlands tintje aan! De Nederlanden hadden in de zeventiende eeuw (tot september 1664) een kolonie in het gebied dat wij nu Verenigde Staten van Amerika noemen. In dit Nieuw-Nederland (met Nieuw-Amsterdam als hoofdstad) woonden veel personen met ‘Jan’, ‘Kees’ en ‘Jan-Kees’ als voornaam. Dit was trouwens ook het geval in de Nederlanden zelf. Erg origineel waren ze niet als het op voornaamgeving aankwam. ‘Yankee’ is een verengelste variant van ‘Jan-Kees’.

Geuzennaam voor alle inwoners
Aanvankelijk werden er Nederlandse  kolonisten mee aangeduid. Later werd de naam ook gebruikt voor Engelse kolonisten, die zich vestigden in voormalig Nederlands gebied. Weer later werd Yankee de geuzennaam voor alle inwoners van dit gedeelte van de Verenigde Staten (New-England). De beide wereldoorlogen zorgden er voor dat de Europeanen alle Amerikaanse strijders aanduidden met de bijnaam ‘Yankee’.

Trekzakverkeer in Vlaanderen

Dit hoor je nooit op de Nederlandse radio: “Er staat een accordeonfile op de E40 tussen Mannekensvere en Jabbeke“. Oké, ik weet ook wel dat Mannekensvere en Jabbeke niet in Nederland liggen, maar in West-Vlaanderen. Maar daar gaat het mij nu niet om. Ik doel namelijk op de term ‘accordeonfile’. Ik hoorde ‘m vanochtend nog op Studio Brussel.

Ook dit is een 'accordeonfile'.

Ook dit is een 'accordeonfile'.

Geweldige Vlaamse vinding
Het is een geweldige Vlaamse vinding, die precies weergeeft wat het is: een file en ook weer geen file. In sommige delen van die file staan de auto’s bumper aan bumper stil. Op andere plaatsen rijden de de automobilisten rustig door. Het stilstaan en bewegen kun je vergelijken met de balg van een accordeon. Sommige plooien zijn bij dit instrument tegen elkaar geduwd. Andere plooien zijn juist op dat moment uitgerekt. Als de accordeonfile weer wat aan het oplossen is, dan zou je – op z’n Vlaams – kunnen spreken van ‘op gang komend trekzakverkeer’. In Nederland zijn we veel minder poëtisch op verkeersgebied. Hier hebben we het over langzaamrijdend en stilstaand verkeer. Wij hebben dus vier woorden nodig voor wat een Vlaming in één term vangt.

Leuke termen
De Vlamingen hebben sowieso leuke en slimme termen voor zaken waar wij in Nederland moeilijker over doen. Ik noem er een aantal, hou je vast:

  • Afbollen (weggaan)
  • Ambetant (vervelend)
  • Beuzelen (liegen)
  • Chapeluur (paneermeel)
  • Duimspijker (punaise)
  • Droogzwierder (centrifuge)
  • Gaanpad (trottoir)
  • Gazet (krant)
  • Kenwijsje (herkenningsmelodie)
  • Kiesbureel (stembureau)
  • Kozijn (neef)
  • Platte kaas (kwark)
  • Schepen (wethouder)
  • Seffens (zo meteen)
  • Sluikstorten (zwerfafval produceren)
  • Stiel (beroep)
  • Tiret (ritssluiting)
  • Uitstalraam (etalage)
  • Valies (koffer)
  • Verdeler (dealer)
  • Voorbijsteken (inhalen)
  • Zitpenning (presentiegeld)

Hilversum? Brussel!

Depressief word ik er van, de berichtgeving op Radio1. Dus ging ik op zoek naar een ander geluid. Ik kwam bij Giel, Gerard, Michiel, Sander, Koen, Domien, Eric en Timur terecht. Lange tijd beviel me dat best. Maar enige tijd geleden begon het luisteren daar ook te jeuken. Veel meligheid en veel meer van hetzelfde. Domien Verschuuren, Timur Perlin en Eric Corton uitgezonderd. Hupsakee: op zoek naar nieuwe soundscapes.

Op zoek naar een ander geluid kwam ik bij onze Zuiderburen uit. (c) Stu Bru.

Op zoek naar een ander geluid kwam ik bij onze Zuiderburen uit. (c) Stu Bru.

Tomas, Roos en Siska
Via Q Music (Ruud blijft leuk) kwam ik uiteindelijk terecht bij onze Zuiderburen. In de auto naar mijn kantoor sta ik op met Tomas. Tussen de middag verken ik samen met Roos de Belgische muziekgeschiedenis en in de avondspits is het dolle pret als ik ‘m op Siska zet. Stu Bru (Studio Brussel dus) rocks en rules! Dag Hilversum! Hallo Brussel! De muziek is anders, de Vlaamse dj’s ook. En als gratis service krijg je er een soort van vakantiegevoel bij. De filemeldingen klinken zachter, het nieuws minder hard. De hele sfeer is gemoedelijker en gezelliger. Bij Stu Bru voel je je gewoon thuis. Oké, de ontvangst in Zuid-Nederland laat af en toe te wensen over, maar ja, dat heb ik er wel voor over. Je krijgt meer goesting in (andere) muziek als je eens een keer je gehoor verlegt. Maar dat was bekend. Toch?

Stu Bru rocks & rules.

Voor als je het niet meer zeker weet

De Vlamingen zijn een volk met een bloemrijk taalgebruik. De stomerij heet er droogkuis, een dashboard van een auto noemen ze boordplank, een brandkoffer is een kluis en een flessenopener gaat als aftrekker door het leven. Kort geleden bracht ik een bezoekje aan onze Zuiderburen. In een fabriekshal waar veel magazijniers te vinden waren, hing dit bordje. Als de fabrieksmedewerkers het allemaal niet meer zeker weten, kunnen ze hier terecht. Geweldig idee! Wil je echt weten waarvoor dit bordje in de hal hing? Doe eens een gok zou ik zeggen…

Weet je het niet meer zeker? Bezoek dan de twijfelzone!

Weet je het niet meer zeker? Bezoek dan de twijfelzone!

Dag vogeltjes! Hallo horigen!

Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hic enda thu, uuat unbidan uue nu?” Ja, dit is Nederlands. Oké, het is van héééééééééél lang geleden, maar toch. Lange tijd hebben we gedacht dat dit ‘liefdesliedje’ de oudste Nederlandse tekst is, die we hebben teruggevonden. Niet dus!

Niet het oudst, wel het meest bekend.

Niet het oudst, wel het meest bekend.

Meer dan negenhonderd jaar
De olla-vogalatekst is meer dan negenhonderd jaar oud. Het is op afstand de meest bekende oude tekst van het vroege Nederlands. Een Vlaamse monnik probeerde in een Engels klooster zijn pen en schreef deze zin in de kantlijn van een stuk perkament. In hedendaags Nederlands staar er vrij vertaald: “Zijn alle vogels met nestelen begonnen, behalve jij en ik? Waar wachten we nog op?” Het is dus een vrij pikant en uitdagend stukje tekst. De ene vogel (een man) zal het tegen een andere vogel (een vrouw) hebben gezegd om uiteindelijk het spel der liefde te spelen.

Heimwee naar Vlaamse meisjes
Natuurlijk is het erg romantisch om deze zin te zien als oudst overgebleven Nederlandse tekst. De monnik heeft de tekst ongetwijfeld geschreven uit een gevoel van heimwee naar het Vlaamse land en de Vlaamse meisjes. Maar… de taalkundige geschiedenis is niet zo romantisch als we zouden willen. Want bestaat een zin die ouder is dan de vroeg-Middeleeuwse ‘vogeltjesdans’. En die gaat over een meer zakelijke overeenkomst: slavernij!

Dag vogeltjes! Hallo (ex-)horigen!
In de Salische wet (de Lex Salica) uit de zesde eeuw staat de formule waarmee horigen (slaven) hun vrijheid konden (terug)krijgen van hun heren. De – voor ons onbegrijpelijke – tekst luidt: “maltho thi afrio lito“. Tegenwoordig wordt dit zinnetje als oudste zin van de Nederlandse taal gezien. Vertaal je de tekst naar hedendaags Nederlands, dan staat er: “ik zeg: ik maak je vrij, halfvrije“. Dus: dag vogeltjes! Hallo (ex-)horigen!