Tommy bedacht in Brabant

Moffen, Yanks, Tommy’s. Iedereen met een beetje interesse in oorlog en geschiedenis kent deze bijnamen wel. Vrij weinig personen weten de oorsprong van deze ‘geuzennamen’. Hoog tijd om eens in die naamgevingshistorie te duiken!

‘Mof’ bestaat al eeuwenlang
Het scheldwoord ‘mof’ bestaat al eeuwenlang in het Nederlands. Zowel in Vlaanderen als in Nederland werd het gebruikt om onze Oosterburen er mee aan te duiden. Het gebruik van het woordje ‘mof’ neemt af. De tijden dat zelfs ons staatshoofd het in haar speeches gebruikte, liggen (gelukkig) ver achter ons. Al in de zestiende eeuw werd in de Lage Landen gesproken over moffen. Daarmee werden immigranten aangeduid die profiteerden van de armenzorg. Met ‘mof’ duidde men in deze tijd dus niet per se altijd een Duitser aan.

De scheldnaam 'mof' wordt vooral geassocieerd met de Tweede Wereldoorlog.

De scheldnaam 'mof' wordt vooral geassocieerd met de Tweede Wereldoorlog.

Duitsers met een grote mond
Hoe is ‘mof’ dan in verband gekomen met onze Oosterburen? Er bestaat een Duits woordje, ‘Muff’. Daarmee duiden de Duitsers iemand aan met een grote mond. Ha! Dat is het: Duitsers hebben grote monden, dus zijn we ze ‘moffen’ gaan noemen! Misschien… Het kan ook maar net zo zijn dat het scheldwoord op een andere manier is ontstaan. Zo droegen Duitse soldaten uit Münster tijdens het beleg van Groningen (in 1672) moffen. De inwoners van de Lage Landen vonden dit zeer verwijfd aandoen. Die Duitse soldaten konden nooit veel soeps zijn! Het is ook goed mogelijk dat we het woord ‘mof’ te danken hebben aan de Oost-Friezen en Eemslanders. Zij noemden de Duitse landen in de zeventiende eeuw ‘Muff’. Om een lang verhaal kort te maken: we weten niet precies waar het woordje vandaan komt.

Eerste Coalitieoorlog
Heel anders is het gesteld met ‘Tommy’. Van deze bijnaam is de exacte geboorteplaats en geboortedatum bekend. Hou je vast, dan gaan we terug naar september 1794, naar de Eerste Coalitieoorlog tegen de Franse Republiek. De veldslag werd uitgevochten tussen Franse troepen onder bevel van generaal Jean-Charles Pichegru en geallieerde troepen (Britten, Hessen en Hannoverianen) onder het commando van Frederik August, hertog van York stonden. Op 14 september 1794 rukten de Fransen al strijdend op naar ‘s-Hertogenbosch. Zij vielen hierbij de geallieerden bij Boxtel vanuit drie zijden aan. Na een hevige strijd van een uurtje of drie werd het dorp en de strategisch belangrijke brug over de Dommel ingenomen. Daarna gingen de Fransen verder met hun veldtocht.

De naam van soldaat Thomas Atkins werd synoniem voor de dappere Britse strijder.

De naam van soldaat Thomas Atkins werd synoniem voor de dappere Britse strijder.

Hertog van Wellington
Op 15 september 1794 wilden de geallieerden Boxtel heroveren. De Britse versterkingen slaagden daar echter niet in. Sterker nog: de geallieerden vluchtten in blinde paniek en werden achterna gezeten door de Franse troepen. Arthur Wellesley, de latere hertog van Wellington, voerde deze dag samen met zijn 33-ste infanterieregiment zijn allereerste veldslag. Hij bewees toen een kundig strateeg en een bekwaam militair te zijn. Eén van zijn soldaten – Thomas Atkins – kreeg het zwaar voor de kiezen tijdens de strijd. Wellesey zocht de stervende jongeman op en informeerde naar zijn toestand. Thomas richtte zich op naar zijn commandant en sprak de historisch geworden optimistische woorden: “It’s all right sir, it’s all in a day’s work“. Kort daarop sloot Atkins voorgoed zijn ogen. Sinds 15 september 1794 is de voornaam van Atkins in gebruik als koosnaam voor Britse soldaten. ‘Tommy’ verwijst naar de optimistische en moedige instelling van de Britse strijders.

Aan de geuzennaam 'yankee' zit een Nederlands tintje.

Aan de geuzennaam 'yankee' zit een Nederlands tintje.

Nieuw-Nederland
En hoe zit het dan met ‘Yanks’? Ook hier zit een Nederlands tintje aan! De Nederlanden hadden in de zeventiende eeuw (tot september 1664) een kolonie in het gebied dat wij nu Verenigde Staten van Amerika noemen. In dit Nieuw-Nederland (met Nieuw-Amsterdam als hoofdstad) woonden veel personen met ‘Jan’, ‘Kees’ en ‘Jan-Kees’ als voornaam. Dit was trouwens ook het geval in de Nederlanden zelf. Erg origineel waren ze niet als het op voornaamgeving aankwam. ‘Yankee’ is een verengelste variant van ‘Jan-Kees’.

Geuzennaam voor alle inwoners
Aanvankelijk werden er Nederlandse  kolonisten mee aangeduid. Later werd de naam ook gebruikt voor Engelse kolonisten, die zich vestigden in voormalig Nederlands gebied. Weer later werd Yankee de geuzennaam voor alle inwoners van dit gedeelte van de Verenigde Staten (New-England). De beide wereldoorlogen zorgden er voor dat de Europeanen alle Amerikaanse strijders aanduidden met de bijnaam ‘Yankee’.

'Geverspact' steeds vaker geschonden

Het ‘Pact der Gevers’ wordt steeds vaker geschonden. Zo hoorde ik net op de radio al reclame voor Kerstmis en de kerstman! En het is pas 17 november! Sint-Maarten heeft net zijn koffers gepakt. De kerstman houdt zich trouwens wel vaker niet aan de in 1993 gemaakte en in 1998 opnieuw vastgestelde afspraken. Zo zie je al kerstartikelen in de winkel liggen in september. Ook Sint-Nicolaas maakt er af en toe een potje van: marsepein en pepernoten zijn eind augustus al her en der te krijgen. De enige die zich goed houdt aan het Pact der Gevers is Sint-Maarten.

Sint-Maarten mag tot en met 11 november met cadeautjes strooien. (c) Sint-Nicolaasgenootschap Nederland.

Sint-Maarten mag tot en met 11 november met cadeautjes strooien. (c) Sint-Nicolaasgenootschap Nederland.

Drie kindervrienden
Het stadhuis van Brussel was op 17 november 1993 de locatie waar de drie kindervrienden een vriendschapsakkoord sloten. Sint-Maarten, Sint-Nicolaas en de kerstman stelden in het Pact der Gevers richtlijnen op voor de afbakening van de feestperiodes, de kindvriendelijkheid van de activiteiten en de diepere betekenis van de gebruiken. In het pact erkennen de drie gulle gevers elkaars tradities. Zij roepen tevens iedereen op op deze tradities te eerbiedigen. Vijf jaar later – net voor de start van de 21-ste eeuw – werden deze afspraken nog eens dunnetjes overgedaan in Utrecht.

Sint-Nicolaas komt in actie van 12 november tot en met 6 december. (c) Sint-Nicolaasgenootschap Nederland.

Sint-Nicolaas komt in actie van 12 november tot en met 6 december. (c) Sint-Nicolaasgenootschap Nederland.

Seniore schenkers
Het Pact de Gevers komt er op neer dat de ‘seniore schenkers’ niet eerder in actie mogen komen dan de kalender voorschrijft. Sint-Maarten (Martinus van Tours) mag tot 11 november geschenken uitdelen. Na 11-11 is het de beurt aan de heilige Nicolaas van Myra. De Sint mag cadeautjes uitreiken tot en met 6 december. Daarna komt de kerstman met zijn slee vol gulle gaven uit het Noorden naar de Lage Landen gesjeest. Bij het pact hoort een ongeschreven regel dat de intocht op televisie het officiële startsein is voor alle Sint-Nicolaasactiviteiten in Nederland en België. Wellicht is het weer eens tijd om het Pact der Gevers opnieuw te bekijken en te ondertekenen? Misschien kunnen we dan meteen sancties afspreken voor de gulle gever die zijn eigen afspraken schendt?

De kerstman mag pas na 6 december aan de slag als gulle gever. (c) Sint-Nicolaasgenootschap Nederland.

De kerstman mag pas na 6 december aan de slag als gulle gever. (c) Sint-Nicolaasgenootschap Nederland.

‘Geverspact’ steeds vaker geschonden

Het ‘Pact der Gevers’ wordt steeds vaker geschonden. Zo hoorde ik net op de radio al reclame voor Kerstmis en de kerstman! En het is pas 17 november! Sint-Maarten heeft net zijn koffers gepakt. De kerstman houdt zich trouwens wel vaker niet aan de in 1993 gemaakte en in 1998 opnieuw vastgestelde afspraken. Zo zie je al kerstartikelen in de winkel liggen in september. Ook Sint-Nicolaas maakt er af en toe een potje van: marsepein en pepernoten zijn eind augustus al her en der te krijgen. De enige die zich goed houdt aan het Pact der Gevers is Sint-Maarten.

Sint-Maarten mag tot en met 11 november met cadeautjes strooien. (c) Sint-Nicolaasgenootschap Nederland.

Sint-Maarten mag tot en met 11 november met cadeautjes strooien. (c) Sint-Nicolaasgenootschap Nederland.

Drie kindervrienden
Het stadhuis van Brussel was op 17 november 1993 de locatie waar de drie kindervrienden een vriendschapsakkoord sloten. Sint-Maarten, Sint-Nicolaas en de kerstman stelden in het Pact der Gevers richtlijnen op voor de afbakening van de feestperiodes, de kindvriendelijkheid van de activiteiten en de diepere betekenis van de gebruiken. In het pact erkennen de drie gulle gevers elkaars tradities. Zij roepen tevens iedereen op op deze tradities te eerbiedigen. Vijf jaar later – net voor de start van de 21-ste eeuw – werden deze afspraken nog eens dunnetjes overgedaan in Utrecht.

Sint-Nicolaas komt in actie van 12 november tot en met 6 december. (c) Sint-Nicolaasgenootschap Nederland.

Sint-Nicolaas komt in actie van 12 november tot en met 6 december. (c) Sint-Nicolaasgenootschap Nederland.

Seniore schenkers
Het Pact de Gevers komt er op neer dat de ‘seniore schenkers’ niet eerder in actie mogen komen dan de kalender voorschrijft. Sint-Maarten (Martinus van Tours) mag tot 11 november geschenken uitdelen. Na 11-11 is het de beurt aan de heilige Nicolaas van Myra. De Sint mag cadeautjes uitreiken tot en met 6 december. Daarna komt de kerstman met zijn slee vol gulle gaven uit het Noorden naar de Lage Landen gesjeest. Bij het pact hoort een ongeschreven regel dat de intocht op televisie het officiële startsein is voor alle Sint-Nicolaasactiviteiten in Nederland en België. Wellicht is het weer eens tijd om het Pact der Gevers opnieuw te bekijken en te ondertekenen? Misschien kunnen we dan meteen sancties afspreken voor de gulle gever die zijn eigen afspraken schendt?

De kerstman mag pas na 6 december aan de slag als gulle gever. (c) Sint-Nicolaasgenootschap Nederland.

De kerstman mag pas na 6 december aan de slag als gulle gever. (c) Sint-Nicolaasgenootschap Nederland.

Manipulatieve media

Sentimenten en emoties worden de laatste tijd steeds vaker op een niet te misverstane wijze door de media gemanipuleerd. Onder het motto ‘slecht nieuws verkoopt’ worden positieve berichten op een zeer negatieve manier benaderd. Iedereen weet inmiddels dat de auto-industrie het (even) moeilijk heeft. Slechts weinigen beseffen dat dit wel vaker het geval is geweest. Inzakkende en opverende verkopen kunnen worden opgemerkt als je de historische gegevens bekijkt. Er is zelfs een mooie curve van te maken, waarin je de immer terugkerende elementen van groei en krimp ziet.

Relativerende blik
Zullen we even met een geschiedkundig relativerende blik kijken naar de verkoopcijfers van de afgelopen twee decennia? Hou je vast, want het is een hele lijst:

  • 1989: 495.653 verkochte voertuigen
  • 1990: 502.704 verkochte voertuigen
  • 1991: 490.407 verkochte voertuigen
  • 1992: 491.970 verkochte voertuigen
  • 1993: 391.934 verkochte voertuigen
  • 1994: 433.913 verkochte voertuigen
  • 1995: 446.388 verkochte voertuigen
  • 1996: 473.473 verkochte voertuigen
  • 1997: 478.318 verkochte voertuigen
  • 1998: 543.056 verkochte voertuigen
  • 1999: 611.776 verkochte voertuigen
  • 2000: 597.625 verkochte voertuigen
  • 2001: 530.287 verkochte voertuigen
  • 2002: 510.744 verkochte voertuigen
  • 2003: 488.159 verkochte voertuigen
  • 2004: 484.370 verkochte voertuigen
  • 2005: 463.763 verkochte voertuigen
  • 2006: 479.355 verkochte voertuigen
  • 2007: 502.400 verkochte voertuigen
  • 2008: 499.811 verkochte voertuigen

Bron: Autoweek.

Afbraak en herstel
Als je deze gegevens bekijkt zie je flinke stijgingen en dalingen. Je ziet afbraak en herstel. Het komt dus goed. Dat is een feit. Overigens dienen we ook te beseffen dat de auto’s kwalitatief steeds beter worden. Daardoor is de vervangingsfrequentie ook lager. Tegelijkertijd zit er een natuurlijke grens aan het aantal voertuigen dat we hier in de Lage Landen hebben rondrijden. Goed, en hoe zat het dan met de verkopen in de eerste maand van 2009? Die zijn ook al bekend: er werden 56.148 kentekens op naam gezet. In sommige media – je moet goed zoeken – kun je lezen dat de prijzen van tweedehands auto’s weer aan het stijgen zijn. Als je nog beter zoekt, kom je er ook achter dat de verkopen in Duitsland gegroeid zijn. Maar dat is goed nieuws, en dat verkoopt niet. Of heb ik het mis?

De Dacia Duster concept car. (c) Dacia.

De Dacia Duster concept car. (c) Dacia.

Dacia Duster
Gisteravond zag en hoorde ik een mooi staaltje van manipulatieve berichtgeving. Het RTL nieuws besteedde wat selectieve aandacht aan de Salon van Genève (voluit: le 79e Salon International de l’Auto et accessoires de Genève). Er waren ‘schone wagens’ te zien. Veel eco, veel groen, veel elektro en veel proto en concept. Op een gegeven moment bleef de cameraman staan bij een futuristisch model van Dacia: de Duster. De voice-over sprak met een bastoon een tekst uit die ongeveer in de volgende richting kwam: “Wat is het toch erg gesteld als automobielfabrikanten hun nieuwe modellen moeten aanprijzen door bij de verkoop een fiets weg te geven.

De fiets kan mee. Je krijgt 'm er niet gratis bij. (c) Dacia.

De fiets kan mee. Je krijgt 'm er niet gratis bij. (c) Dacia.

Goed opgelet
De ‘journalist’ had goed opgelet, want in de Duster was inderdaad een fiets te zien. Maar nee, die fiets krijg je niet cadeau. Sterker nog: die fiets is niet te koop. De Duster trouwens ook niet. Het was immers een concept car. En het kenmerkende van zo’n model is dat het een richting aangeeft. Proto’s komen nooit in de showroom. Die moeten imponeren. Dacia wilde aangeven dat zij bezig zijn met het ontwikkelen van een vrijetijdsauto.

De Dacia Duster concept car in zijn element. (c) Dacia.

De Dacia Duster concept car in zijn element. (c) Dacia.

Crossovermodel
De Duster is een stoer crossovermodel, een kruising tussen een SUV en een MPV. Een bak waarmee je alle kanten op kunt. Je kunt er zelfs een mountainbike mee vervoeren op weg naar nieuwe avonturen. Autoweek omschrijft het op zijn website als volgt: “Bij de achterbank aan de rechterzijde kan een deel middels een druk op de knop worden opgeklapt, zodat er een riante ruimte ontstaat om bijvoorbeeld een fiets te bergen.” Dank je wel Autoweek! Waarom stoor ik me toch zo aan deze berichten? Omdat ze er voor zorgen dat we in ons kikkerland elkaar een depressie aanpraten. En dan heb ik het niet over de economie!

Barrie en Balki, wat een verschil!

Barack Obama inspireert. Gisteren op televisie: een glunderende Barrie, met een glinstering van enthousiasme in zijn ogen, kondigt aan dat hij de Amerikaanse huizenbezitters gaat helpen. “Are you excited?“, riep hij als een blij kind. “Yes we are!“. Een paar duizend kilometer naar het Oosten maakte Jan-Peter Balkenende de klassieke fout van een ‘leider’ in crisistijd.

Barack Obama straalt energie uit. (c) www.barack-obama.tv

Barack Obama straalt energie uit. (c) www.barack-obama.tv

Somber gezicht
Met een gebogen hoofd, een somber gezicht en een zwart pak lichtte Balki de economische toestand van Nederland toe. Alle seinen stonden op rood. Zijn verbale en nonverbale gedrag verraadt onmacht, onkunde en ellende. Omdat we leven in een wereld van schapen die graag een herder volgen, zal dit gedrag gevolgen hebben. ‘Het volk’ denkt dan: oei, als hij het al zo somber inziet, dan zal het nog wel erger zijn. Gevolg: de economische dip verergert en Balki en zijn vriendjes kunnen ‘zie-je-nou-wel’ gaan roepen.

Hier word je niet vrolijk van. (c) De Volkskrant.

Hier word je niet vrolijk van. (c) De Volkskrant.

Tengere roerganger
Volgens skrivadur heeft onze tengere roerganger de verkeerde adviseurs in dienst. Wil je verandering, straal dan verandering uit. Wil je enthousiasme, ben dan enthousiast. Wil je positivisme, wees dan positief. Balkellende staat er in deze tijden van economische tegenwind verslagen bij. Het is één en al negativiteit en somberheid wat deze calvinist uitstraalt. Wat wil je dan communiceren richting je burgers? Op deze manier praten we elkaar nog dieper de put in. En op deze manier wordt de kloof tussen burger en overheid écht niet kleiner.

Stinkende best
Terug naar Barrie. Hij zegt niet dat hij dé oplossing heeft. Hij zegt niet dat de economie in een oogwenk weer gezond is. Hij vertelt wel dat hij zijn stinkende best gaat doen. En dat iedereen moet meehelpen. Hij zal in ieder geval tot het naadje gaan. Tegelijkertijd spreekt hij de hoop en de verwachting uit dat alles goed komt. En aan zijn uitstraling zie je dat hij serieus is. Hij meent wat hij zegt. En hij gelooft heilig in vooruitgang. Kan Balkenende niet in de leer bij deze energieke en inspirerende president? Yes he can! Toch?

Hoofddoekbrigade voor gelijke rechten

Werkgevers opgepast! De ‘Poldermoslima Hoofddoekbrigade’ trekt door de Lage Landen bij de zee! En deze strijdbare vrouwen winden er geen doekjes om! Dat staat te lezen in de Re.Public van deze week.

De Poldermoslima Hoofddoekbrigade strijdt tegen discriminatie. (c) www.maroc.nl.

De Poldermoslima Hoofddoekbrigade strijdt tegen discriminatie. (c) www.maroc.nl.

Gelijke rechten
skrivadur is het van harte eens met iedereen die strijdt voor gelijke rechten en tegen discriminatie. De Poldermoslima Hoofddoekbrigade krijgt mijn zegen, als ze die al nodig hebben. Wellicht kunnen ze meteen een aantal andere ‘doelgroepen’ meenemen in hun strijd tegen het onrecht: de joodse bouwvakker met een keppeltje en van die fraaie pijpekrullen, de katholieke klerk met een iets te groot uitgevallen kruisbeeld als ‘hangertje’ om zijn nek, de streng gereformeerde secretaresse met haar geruite bloes (knoopje dicht tot aan de nek) en haar rok tot over de enkel, de hindoestaanse hulpagente met haar bindi (stip) op het voorhoofd en de hare krishna chef met zijn oranje koksmuts. Oeps…ben ik de atheïsten onder ons even vergeten. Sorry!

Wat je gelooft, is je eigen zaak
Het mag duidelijk zijn: skrivadur gunt ieder het zijne. Wat je gelooft, is je eigen zaak. Als je de ander maar respecteert en in zijn waarde laat. De externe geloofsuitingen zijn vaak een onderwerp van discussie. Er is niets mis mee, zo lang ze het functioneren op de werkplek of in de organisatie maar niet in de weg staan of belemmeren. Anders wordt het als dit wel het geval is. Zo is een onderwijzers in een burka volgens mij niet de bedoeling. Dat communiceert gewoon niet super. Werk je echter in een productieomgeving en hoef je weinig tot geen contact te hebben met je collega’s, dan is een burka geen bezwaar. Of zie ik het verkeerd?

Eerlijke kansen
Terugkomend op de Poldermoslima Hoofddoekbrigade. Deze kritische club is bedacht door drie moslima’s die actief zijn bij de Marokkaanse stichting Ibno Khaldoun. De brigade zet zich in voor eerlijke kansen voor moslima’s op de arbeidsmarkt. Dit liet bestuurslid Nora el Jebli weten. Discriminatie moet volgens haar worden tegengegaan door het gesprek aan te gaan met werkgevers. Volgens el Jebli is er vooral sprake van discriminatie in hogere functies. Een ander initiatief van de Hoofddoekbrigade is de introductie van de zogenoemde hoofddoekprijs. Dit is een award voor die organisatie die zich heeft ingezet voor de maatschappelijke acceptatie van de hoofddoek op de werkvloer.  Hoe het verder gaat met de brigade? We zullen het vast en zeker horen!

Wat je aandacht geeft, groeit

Een econoom ben ik niet. Gelukkig maar. Stel je voor dat je in de huidige tijd je brood moet verdienen met het uitstallen van je wijsheden over hoog- en laagconjuncturen. Als je niet oppast, word je voor een politiek karretje gespannen. En als je niet nog meer oppast, word je voor gek versleten omdat je een mening hebt, die afwijkt van de grootste gemene deler.

Je geld is 'veilig' op de beurs.

Je geld is 'veilig' op de beurs.

Geloof niet alles

Zo moet je momenteel vinden dat we in een dieprode crisis zitten. Als je nu als econoom roept dat het allemaal wel meevalt en dat het typisch een geval is van elkaar napraten en elkaar in de put zeuren, dan word je met de nek aangekeken. skrivadur mag dit wel roepen. Hou je vast: het is allemaal ANDERS! Geloof niet alles wat de media roepen! Fortis was een goede bank, totdat er werd gesmiespeld dat de bank wellicht in de problemen zou zitten. Gevolg: Fortis kwam ten val. De Nederlandse overheid nam de ‘gezonde delen’ van Fortis over. Gevolg: definitief einde-oefening voor Fortis. Tegelijkertijd zijn de bonussen in de bancaire wereld nog steeds strijk aan zet. Tja, behaalde resultaten uit het verleden…

Het grote gegoochel

Een half jaar geleden stond Nederland er goed voor. Volledige werkgelegenheid voor iedereen was een vooruitzicht. Zeker met het opdoemende probleem van de vergrijzing aan de horizon. Iedere ondernemer schreeuwde om personeel. Toen zakten de Verenigde Staten door het financiële ijs. In de Lage Landen bij de zee keken we naar de overkant van de Grote Oceaan met een gevoel van ‘zie-je-nou-wel’ en ‘eigen-schuld-dikke-bult’. Het moest daar ooit spaak lopen. Toen begon het grote gegoochel. Van de ene op de andere dag gingen banken elkaar niet meer vertrouwen. Van de ene op de andere dag kregen ondernemers geen leningen meer. Van de ene op de andere dag was er geen woningnood meer en daalden de huizenprijzen. Van de ene op de andere dag kocht de consument niets meer. En van de ene op de andere dag werd de rijksoverheid dé bank van Nederland.

De horeca zit vol.

De horeca zit vol.

Ophouden met het gezeur

Ja, dat zou je bijna geloven. Het gekke is dat er nog nooit zo veel verkocht is tijdens de feestdagen eind 2008. Ook de horeca heeft weinig reden tot klagen (ja, ze moeten ook eens ophouden over het gezeur over het rookverbod. Dat is gewoon een goede zaak). De horecabazen verhoogden met de invoering van de euro hun prijzen op een criminele manier (ooit 5 gulden betaald voor een kopje koffie? Tegenwoordig is 2,25 euro heel ‘normaal’), logisch dat de consument ooit wijzer zou worden. Hoewel…er wordt nog steeds op grote schaal gestapt en gehapt. En heb je wel eens ooit geprobeerd om te winkelen op koopavond of in het weekeinde? Nou…dan kun je – nog steeds – over de koppen lopen. Ook de vakantiereizen zijn weer geboekt. En we doen ook nog steeds dure boodschappen bij Appie Happie. Overigens is onze koopkracht in tijden niet zo goed geweest (zeggen ze).

Nuchter worden

Waar ik naartoe wil met deze voorbeelden? Naar het besef dat we eens een keer nuchter moeten worden. Dat we ons humeur niet moeten laten afhangen van de beurskoersen. Die schommelen altijd en zeker als er gehaaide jongens heel snel heel rijk willen worden. We moeten onze oren ook niet laten hangen vanwege de doemdenkerij van Balkenende c.s. en de ‘voorspellingen’ van het Centraal Plan Bureau (dat zich met plannen moet bezighouden, niet met koffiedikkijken). We moeten eindelijk eens beseffen dat er in deze onzekere tijden vieze spelletjes worden gespeeld. Zo wil menig ondernemer zijn personeelsbestand inkrimpen, als hij de ‘goeie’ medewerkers maar kan houden. Het bras wil hij dumpen. Zou de ‘crisis’ dan toch worden aangegrepen als argument voor sneaky saneringen en maatregelen die er anders nooit door zouden komen? Wie weet… Het is in dit kader ook vreemd dat sprake is van massale ontslagen (het gevolg van de ‘crisis’) en dat de regering speelt met de gedachte om de AOW-gerechtigede leeftijd op te rekken. skrivadur kan dit niet rijmen: dan komen er toch nog meer werknemers op de arbeidsmarkt?

Stop met berichtgeving

Goed, mijn pleidooi is redelijk eenvoudig: stop met de berichtgeving over de economie in de kranten, op het internet en op radio en televisie en het komt allemaal goed. Probeer eens uit te gaan van het positieve. Probeer de negatieve zaken eens uit de weg te gaan. Want het is een wet van Meden en Perzen: wat je aandacht geeft, groeit. Uch, ik heb gezegd! Ik ga me bezighouden met leuke dingen!

Wad is het oudste woord?

Trouwe skrivadurlezers weten het inmiddels: ‘Hebban olla vogala…‘ is niet de oudste zin in de taal die wij tegenwoordig Nederlands noemen. Die eer gaat – totdat er een nog oudere zin wordt gevonden – naar ‘Maltho thi afrio lito‘. Oké, de zin is duidelijk, maar wat is eigenlijk het oudste Nederlandse woord dat werd opgeschreven en dat we hebben teruggevonden?

Een soort van Nederlands
Honderden jaren voordat de Vlaamse ‘vogeltjesdans’ werd opgeschreven en ook eeuwen voor het noteren van de ‘magische’ vrijmaakspreuk in de Salische Wet werd al een soort van Nederlands gesproken in de Lage Landen bij de zee. In de Romeinse tijd, aan het begin van onze jaartelling, beschreven deze ‘rare jongens’ de Germaanse cultuur en gebruiken. In hun beschrijvingen duiken regelmatig ‘Nederlandse’ woorden op.

Wadenoijen in Gelderland
Zo heeft Romeins historicus, schrijver en redenaar Publius Cornelius Tacitus (circa 55 – 120 na Christus) het in zijn Historiae over het begrip ’vadam‘. Dit is – zo nemen we nu aan – het oudst bekende ‘Nederlandse’ woord. Wat het betekent? Het is de voorloper van ons woordje ‘wad’ en het duidt op een doorwaadbare plaats in het water. Overigens gebruikt de Romein het woord niet voor ‘onze’ Waddenzee en de daarbij behorende eilanden. Die bestonden in de tweede eeuw na Christus namelijk nog niet. Tacitus gebruikte vadam waarschijnlijk om er de plaats Wadenoijen (in Gelderland) mee aan te duiden. Er zijn ook geleerden die menen dat Vadam de tegenwoordige plaats Vaudancourt in de buurt van Amiens is. Daar sprak men ook oud-Nederlands (net zoals in andere delen van het tegenwoordige Noord-Frankrijk).

Tacitus zette nooit een stap in Vadam.

Tacitus zette nooit een stap in Vadam.

Bataafse Opstand
Tacitus gebruikt het woordje vadam in zijn verhaal over de Bataafse Opstand. Hij schreef zijn geschiedschrijving in 107 na Christus, dertig jaar na de opstand. Tacitus vertelt hoe Bataafse opstandelingen onder leiding van hun leider Julius Civilis Romeinse legerkampen aanvielen bij Arenacum, Batavodorum, Grinnes en Vadam. De Romeinen konden de Bataven slechts met veel moeite terugdringen. Waarschijnlijk kende Tacitus de plaatsnamen alleen van horen zeggen. Hij heeft – zo nemen we nu aan – nooit een stap gezet in Arenacum, Batavodorum, Grinnes en Vadam.

Romeins historicus Tacitus.

Romeins historicus Tacitus.

Het tweede woord is: twee!
Andere heel oude Nederlandse woorden zijn van iets recenter datum:

  • Tuihanti (Twente, afgeleid van het rangtelwoord twee. Het betekent letterlijk ‘de tweede regio’),  anno 222 (!).
  • Trecht (doorwaadbare plaats, overtocht of overvaart), anno 300.

Het recht op zelfbeschikking

Samen zijn wij de overheid, toch?

Samen zijn wij de overheid, toch?

Heel Italië is in rep en roer. De achtendertigjarige comapatiënt Eluane Englaro blies in Udine haar laatste adem uit. Zeventien jaar geleden raakte zij in coma. De jaren daarvoor heeft ze altijd laten weten nooit haar dagen te willen slijten als kasplantje. Voordat het actueel werd, koos Englaro dus al voor euthanasie. Dat was haar goed recht. Niet, zo oordeelden Berlusconi en het Vaticaan. De rechtse Sylvio wilde er zelfs de wet voor laten aanpassen. Dat hij hiermee in strijd handelt met de Italiaanse grondwet, doet er blijkbaar niet toe.

Senaat in debat
De senaat van Italië was volop in debat toen de comapatiënte overleed. Na jaren van uitzichtloos lijden waren de artsen van een Udinese kliniek gestopt met het toedienen van kunstmatige voeding.  Na het bekend worden van het nieuws, verstomden de senatoren. Hypocriet stonden zij op en hielden zij een minuut stilte in acht voor de overledene. Alsof mevrouw Englaro hen ene zier kon schelen! Ze wilden koste wat kost de euthanasie tegenhouden. Omdat zij – zo vinden ze zelf – beter weten wat goed is voor de mens.

Overheidsbemoeienis met het leven
skrivadur zet hier vraagtekens bij. Het schijnt steeds normaler te worden, de overheidsbemoeienis met het leven van iedereen. Alsof wij eigendom zijn van de staat! Niet dus! Het scheelt niet veel. De overheid (ook in de Lage Landen bij de zee) wil steeds meer invloed hebben. De regering wil steeds vaker bepalen wat wel en niet mag in je eigen leven. Je mag geboren worden, dat is zowat het enige wat de overheid niet in de hand heeft. Maar daarna begint het: je opvoeders moeten voldoen aan allerlei eisen en verwachtingen, de centra voor jeugd en gezin kijken immers stiekem door een spleetje van de deur, op een gegeven moment moet je naar school, daarna moet je gaan werken om belasting te kunnen betalen. Voor je het weet moet je langer doorwerken van de verplichte pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar.

Het moeten beu
skrivadur is het moeten beu. De mens is niet gemaakt om zich te onderwerpen. Toch gebeurt het keer op keer. Hoewel je het recht op zelfbeschikking hebt, mag je niet zelf bepalen wanneer je het tijdige met het eeuwige wilt verwisselen. Dit lijkt me de wereld op z’n kop! Wie of wat geeft een ander het recht om te bepalen of jouw eigen keuzes wel of niet worden gerespecteerd. Als iemand voor euthanasie opteert, moeten we dat accepteren. Dat is het enige wat we kunnen doen. Toch?

Berenvellen
Nog even terugkomend op de overheid: die hebben wij als mensen zelf bedacht. Toen wij nog in berenvellen rondliepen vonden we het een goed idee om sommige dingen samen aan te pakken. Daarna zijn we steeds meer zaken in gemeenschap ter hand gaan nemen. Helaas is ons eigen bedenksel – hoewel in principe heel goed – ons boven het hoofd gegroeid. Het is een machine geworden, die bepaalt wat wij moeten en mogen. In plaats van het scheppen van vrijheid, zitten we steeds meer in een keurslijf. In een staatscorset dat bij vrije geesten aan alle kanten knelt. Au!

De perfecte crèmelaag

koffiebonen

Koffiebonen

De perfecte crèmelaag bestaat! Een paar jaar geleden bestelden wij – skrivadur, skrivadurske en skrivadurak – koffie op een Italiaans terras. Het was in Udine om precies te zijn. Omdat het al ver na tienen was, kozen wij wijselijk voor espresso (in het Italiaans ‘caffè’) in plaats van de matineuze cappuccino. De ober beende snel naar  binnen, ging aan de slag met een beest van een koffiemachine en bracht in een tel ‘bakkies leut’ met een crèmelaag om u tegen te zeggen. We lieten het ons smaken, legden een paar euromunten op tafel en reisden verder.

Gods woord
In dolce Italia smaakt koffie vrijwel altijd zoals het bedoeld is. Je kunt aanleggen bij een benzinestation langs de autostrada, een ‘cappu’ bestellen in een antieke tent op een alpenpas of om een corretto vragen in een bar waar luid tetterend de televisie beelden toont van de zoveelste etappe van de Giro d’Italia. Werkelijk overal gaat het bruine vocht naar binnen als Gods woord voor een ouderling. Waarom kan het daar wel? Beter nog: waarom kan het hier, in de Lage Landen bij de zee, niet? De koffie in ons land is vaak van bedenkelijke kwaliteit. Over de prijs die je er voor betaalt, hebben de uitbaters van menig etablissement beter nagedacht: die is altijd onveranderd (schandalig) hoog.

Dolce Italia

Dolce Italia

Besneeuwd met cacao
Cappuccino is in Nederland vaak standaard besneeuwd met cacao. Elke Italiaan kan je vertellen dat dit helemaal niet hoeft en hoort. Espresso (te vaak uitgesproken als exprezzo) neigt vaak naar ingekookte koffie van gisteravond. Als het maar sterk is… Om maar te zwijgen over het laagje crème dat elke koffie eigenlijk behoort te hebben. Aan dat schuimige bruine kraagje bovenop je inktzwarte koffie kun je altijd zien of de espressomachine wel of niet gereinigd is. Is het laagje pet? Dan mag – nee, dan moet – de uitbater aan de slag met schoonmaken. Hoe vaak komt het niet voor dat je een gebroken crèmelaag geserveerd krijgt? Te vaak, naar mijn mening. Mijn voorstel: geef die koffie snel retour en verlang van je koffiedealer dat hij wat meer zorg draagt voor het schoonhouden van zijn apparatuur. Als klant, gebruiker en genieter heb je daar immers recht op.

Passie en levenslust
Terugkomend op Italia… De barista’s van dat land mogen hun collega’s in Nederland wel eens les komen geven. Hoe maak je een goede kop koffie? Het begint met passie en levenslust. Het start ook met oog voor kwaliteit. Helaas leven wij hier in ons land in een maatschappij die te snel genoegen neemt met minder. De grootste gemene deler regeert. Anders zou de Senseo ook niet zo’n succes hebben kunnen worden. Zou het nog ooit goed komen? Wel in huize skrivadur! De Senseo komt er bij ons absoluut niet in. Wij kiezen voor lekker en goed. Het leven is namelijk veel te bijzonder om met minder genoegen te nemen.