De Ronde van Frankrijk is geen ronde. Laat staan dat het een Franse wielerwedstrijd is! Als je de route van dit jaar bekijkt (je kunt ook gerust andere jaren nemen hoor), dan zie je dat de ronde nooit gesloten is. Altijd wordt er wel een stuk Frankrijk overgeslagen. In 2010 koersen we weliswaar vanuit Nederland en België door het centrum van Frankrijk naar beneden, maar Noord-West en Noord-Oost Frankrijk doen niet mee. Geen beelden dus uit Normandie of Bretagne. Evenmin mooie plaatjes uit de Alsace of de Jura.

Sylvain Chavanel wint de tweede etappe en mag zich in het geel hijsen. (c) AFP.
Commercieel belang
Het samenstellen van de route is een klus die een puur commercieel belang dient. Welke start-, etappe- en finishplaats hebben er de meeste euro’s voor over om kortstondig in beeld te worden gebracht door France 1, 2 of 3? De ASO (bijzondere naam voor de organisator van Le Tour!) bepaalt, als de gemeenten hebben betaald. Welke dwaas laat anders een Tour buiten de landsgrenzen starten? Gelukkig bereiken de renners vandaag Frans grondgebied. Eindelijk is de Tour weer thuis! Als het een beetje meezit – zonder glij-, glibber- en valpartijen zoals gisteren op de Stockeu – wordt het weer een mooie en spannende strijd. Wie met de eer gaat strijken, is de vraag. Zoals meneer Smeets het altijd zegt: “Parijs is nog ver en de Tour wacht op niemand”.

Een meer dan waar woord: Parijs is nog ver, zeker op de Stockeu. (c) Cycling Weekly.
Start en finish in Parijs
Het zou eigenlijk best mooi zijn; een Tour de France die het hele Franse land doorkruist. De start en finish in Parijs. Vanuit Parijs naar de hel van het Noorden, dan met de klok mee naar de Franse Ardennen en de Vogezen. Van daaruit naar de Doubs, de Jura en de Alpen. Dan dalen we af naar de Provence waar we de Ventoux uiteraard in ons routeschema opnemen (idee: de Ventoux twee keer beklimmen. Eerst over de col en daarna de finish op de Kale Reus). In de Provence kiezen we dan de leuke Napoleonsroute naar het Zuiden. Daar buigen we af naar de Languedoc. Voordat we de Pyreneeën inschieten, doen we nog een ‘Contre le Montre’ in Perpignan. Dan volgen de zware bergetappes naar Baskenland. Via les Landes – oké, dit is een beetje een saai stuk – naar Bordeaux. Dan nog verder Noordwaarts naar de Vendée. Het mystieke Bretagne mag niet ontbreken. Via Normandie koersen we uiteindelijk Pas de Calais tegemoet. Hier buigen we af naar Lille. Daar draaien we Parijs-Roubaix om. Uiteindelijk wordt gezegevierd op de Champs-Elysées. Gekkenwerk? Ongetwijfeld. Maar wel mooi gekkenwerk!