Het vorige theaterseizoen waren skrivadurske en ik getuige van een optreden van Herman van Veen. Nee, écht veel had ik niet met Herman. Hij ook niet met mij, dunkt me. Maar ik had ook niets tegen hem. Herman is gewoon één van die artiesten die je ooit eens een keer moet hebben zien optreden. Nou, dat gebeurde vorig seizoen dus. Het was een mooi optreden, waar we met volle teugen van genoten. Subtiele humor, mooie liedjes, schitterende woorden. Zijn woorden, zinnen en alinea’s zijn blijven hangen in mijn voornamelijk op taal ingestelde brein. Af en toe duiken ze op, alsof ze kloeke walvissen zijn in de grijze zee van mijn geheugen. Vandaag was zo’n dag. Ik moest vaak denken aan de volgende tekst van Herman:
Een vrouw die haar man verloren is,
heet een weduwe.
Een man die zijn vrouw verloren is,
heet een weduwnaar.
Een kind dat zijn ouders verloren is,
heet een wees.
Maar hoe noem je ouders,
die hun kind verloren hebben?
Er is geen woord voor…
Zoals wel vaker heeft de koning der subtiliteit gelijk. We zouden er met z’n allen eens diep over moeten nadenken. Wellicht komen we wel met een term die de lading dekt. Of is deze lading zo zwaar, dat dit onbegonnen werk is?
Kan het zijn omdat we zelf … nou ja … zulke ouders zijn?
Misschien toch een idee om er een passend mooi woord voor te zoeken?
Inderdaad lief skrivadurske, je hebt gelijk. We moeten samen maar eens diep nadenken hoe we onszelf het beste kunnen noemen. Weesouders? Of klinkt dat vreemd?