Het komt op als poepen

Als schrijver heb ik er regelmatig last van. Het is een soort van verbale diarree, maar dan toch heel anders. Het komt echt op als poepen. De letters dikken samen tot woorden. Woorden koeken aaneen tot zinnen. En die zinnen willen er graag uit. Wat ik wil zeggen is dat je het schrijfproces bijna niet kunt regisseren. Het komt, of het komt niet. Van een regelmatige stoelgang is niet vaak sprake. Je kunt er wel donder op zeggen dat de tekstbrij begint te wringen op momenten dat je het niet verwacht. De standaardprocedure is dan: gaan zitten, rustig aan doen en laten komen. Zeker weten dat het oplucht! En het resultaat mag er zijn.

Deze wandtegel (vindplaats: toilet van een museum voor schriftelijke communicatie) spreekt boekdelen...

Deze wandtegel (vindplaats: toilet van het Scryption, het museum voor schriftelijke communicatie in Tilburg) spreekt boekdelen...

Humor, te koop in de sportwinkel

Humor is vreemd. Soms kun je er heel zware zaken vederlicht mee maken. Dan sla je de plank finaal mis. Sommigen hebben het. Anderen weer niet. Lange tijd dacht ik dat het vermogen om grappen te maken en relativerende oneliners te produceren een aangeboren talent was. Nou, dat blijkt dus helemaal niet zo te zijn. Humor is gewoon te koop in de winkel. Niet in de grappenengrollenschappen van de feest- of fopwinkel. Daar zeker niet. Waar dan wel? Nou, gewoon bij de sportzaak! Daar kun je – als je geluk hebt – kant-en-klare verpakkingen kopen. Ze vallen ook lekker op, want ze zijn uitgevoerd in knalkanariegeel. Waar ik het over heb? Over het nieuwe product ‘Supergrap’. Het is een Japans bedenksel, maar grote kans dat het is samengesteld in China. Wees er snel bij, want toen ik mijn exemplaar kocht, hingen er nog maar een paar verpakkingen. Ik trof deze blisters aan onder de badmintonrackets. Wel vreemd dat die rackets exact dezelfde naam hebben als de grappenmakersfirma. Maar dat kan natuurlijk toeval zijn.

In mijn geval zit de humor gewoon op de rol.

In mijn geval zit de humor gewoon op de rol.

Geen woorden voor…

Het vorige theaterseizoen waren skrivadurske en ik getuige van een optreden van Herman van Veen. Nee, écht veel had ik niet met Herman. Hij ook niet met mij, dunkt me. Maar ik had ook niets tegen hem. Herman is gewoon één van die artiesten die je ooit eens een keer moet hebben zien optreden. Nou, dat gebeurde vorig seizoen dus. Het was een mooi optreden, waar we met volle teugen van genoten. Subtiele humor, mooie liedjes, schitterende woorden. Zijn woorden, zinnen en alinea’s zijn blijven hangen in mijn voornamelijk op taal ingestelde brein. Af en toe duiken ze op, alsof ze kloeke walvissen zijn in de grijze zee van mijn geheugen. Vandaag was zo’n dag. Ik moest vaak denken aan de volgende tekst van Herman:

Een vrouw die haar man verloren is,
heet een weduwe.
Een man die zijn vrouw verloren is,
heet een weduwnaar.
Een kind dat zijn ouders verloren is,
heet een wees.

Maar hoe noem je ouders,
die hun kind verloren hebben?

Er is geen woord voor…

Zoals wel vaker heeft de koning der subtiliteit gelijk. We zouden er met z’n allen eens diep over moeten nadenken. Wellicht komen we wel met een term die de lading dekt. Of is deze lading zo zwaar, dat dit onbegonnen werk is?

Mountainbiken met de Eiffeltoren

Als je de Eiffeltoren kruist met je huis-tuin-en-keukenmountainbike ontstaat er iets bijzonders. Zeker weten! Dat bewijst Delta 7 wel. Zij komen op de markt met een wel heel bijzondere fiets: de Arantix mountainbike. Een gedeelte van het frame is uitgevoerd in een soort van netstructuur. Het heeft wel wat weg van een spinnenweb.

Deze mountainbike ziet er heel bijzonder uit. (c) Delta 7 bikes.

Deze mountainbike ziet er heel bijzonder uit. (c) Delta 7.

Buizen met een regenjas
Delta 7 noemt het IsoTruss. Dit is een combinatie van carbonfiber en kevlar, die ooit is ontwikkeld door de NASA. Beide materialen worden op een bepaalde manier in elkaar gedraaid om een stevige structuur te krijgen. Het materiaal is wel twaalf keer zo sterk als staal. Hoewel het frame erg stevig is, wordt er flink op het gewicht bespaard. De fiets weegt ongeveer 1.050 gram. Om te voorkomen dat er allerlei troep (modder) in het spinnenwebframe komt te zitten, biedt Delta 7 neopreen skins aan. Je trekt de buizen als het ware een regenjasje aan. Grappig! Maar wel aan de prijzige kant: een fietsje kost een krappe 10.000 euro.

Zo zien de buizen er van dichtbij uit. (c) Delta 7 bikes.

Zo zien de buizen er van dichtbij uit. (c) Delta 7.

Schipper mag ik over varen?

In Duitsland schijnt er een nieuw vervoermiddel in gebruik te zijn genomen. Het is een veerpontje voor muizen en andere kleine knaagdieren. Als die knagers met hun lieve kraaloogjes de kikker (of is het toch een pad?) heel lief aankijken (en hem wat te knagen geven), dan is het wrattenmonstertje niet te beroerd om de beestjes met droge pootjes over te zetten. Als de muizen niet genoeg veergeld hebben betaald, heeft de kikker er een perfecte oplossing voor: dan duikt hij snel onder water. De spartelende muizen trekken dan meteen hun ‘virtuele knip’.

Schipper mag ik over varen, ja of nee?

Schipper mag ik over varen, ja of nee?

Het hele gezin op één motorfiets

Auto’s waren veel te prijzig. Toch wilde je als gezin kunnen verplaatsen. Wat deed je dan in de jaren dertig van de twintigste eeuw? Juist, dan kocht je een Böhmerland Langtouren, een meerpersoons motorfiets van Tsjechische makelij. De Tsjechische ingenieur Albin Liebisch was een kei in het maken van twee-, drie- en zelfs vierpersoons modellen. In Duitsland werden zijn vervoermiddelen op de markt gebracht onder de veelzeggende naam Böhmerland.

Erg bijzonder: meerpersoons motorfietsen. (c) Bonhams.

Erg bijzonder: meerpersoons motorfietsen. (c) Bonhams.

Twee versnellingsbakken
De Böhmerland meerzitters werden gebouwd van 1925 tot 1939. De technische details spreken over een blok van 603cc en twee versnellingsbakken (de passagier moest de tweede versnellingsbak bedienen!). Heel bijzonder waren de wielen uit één stuk. Binnenkort kun je zo’n bijzondere motorfiets aanschaffen. Veilinghuis Bonhams heeft namelijk de hand weten te leggen op een driezitter uit 1937. Was het ding moet gaan kosten? Een eurootje of veertigduizend. Maar dan heb je ook wel wat hoor. Wereldwijd rijden er namelijk nog slechts een stuk of dertig Böhmerlands rond.

Wraak van de kapper

De wraak van de kapper. Het zou de titel van een spannend boek kunnen zijn. De nieuwste van Robin Cook: Hairdresser’s Revenge! Het is echter geen boek, maar werkelijkheid. Mijn kapper koestert namelijk wraakgevoelens. Niet tegen mij hoor, maar wel tegen andere klanten. Zeker van die zeurpieten die om het minste of geringste klagen.

Kappers zijn ook maar mensen.

Kappers zijn ook maar mensen.

Gaat u maar liggen
Het begint al bij het maken van de afspraak. Dan vallen ze bijvoorbeeld over het feit dat mijn kapper ze niet aanspreekt met ‘u’, maar met ‘jij’. Dat mijn kapper soms te snel en onduidelijk praat – zeker door de telefoon – gaat aan ze voorbij. ‘U’ wordt dan al gauw een mompelende ‘jij’. Gevolg: een boze klant, die eerste met allerlei krachttermen smijt en zich vervolgens toch laat kappen. Mijn kapper laat dit dan niet over z’n kant gaan en neemt wraak. Heel subtiel en zoet. “Zal ik uw haren even wassen, mevrouw?”, vraagt de kapper op een voorkomende manier. “Gaat u maar lekker liggen.

Subtiel en zoet: de wraak van de kapper.

Subtiel en zoet: de wraak van de kapper.

Wat is het water koud
Het grijze besje neemt plaats en werpt haar hoofd naar achter. “Zo, dan komt nu het water er aan!” “Brrr…”, klaagt het besje, “wat is dat water toch koud”. “Sorry mevrouw, maar dat komt door mijn collega. Die is naar het toilet en als hij dan doortrekt wordt het water altijd een beetje kouder.” Ja, ja… De kapper vergat er even bij te vertellen dat de warme kraan helemaal niet open stond en dat het bibberende besje een afstraffende koude douche kreeg. Maar of deze wraakaanpak ook werkt, betwijfel ik. Zo’n zeurende klant zeurt de volgende keer weer gewoon verder.

Vuurvliegje zorgt voor veiligheid

De inzending van James Morton voor de prestigieuze Australian Design Award – James Dyson Award 2010 blinkt uit in vernuft en originaliteit. De student aan de Universiteit van New South Wales bedacht de Firefly, een slim achterlichtje voor op de fiets. Het ‘vuurvliegje’ functioneert als een normaal achterlichtje. Een kleine infrarood sensor scant echter of er verkeer in de buurt is. Komen er auto’s aan? Dan gaat de lamp vanzelf feller branden, waardoor je als fietser nog beter opvalt.

De slimme en veilige Firefly. (c) James Morton.

De slimme en veilige Firefly. (c) James Morton.

Geen automobilist kan je nog missen
Natuurlijk wordt bij de Firefly gebruik gemaakt van de energiezuinige LED-techniek. Omdat het achterlichtje op een soort van arm gemonteerd is, kan het lampje er voor zorgen dat de hele rug van de fietser wordt aangeschenen. Als je slim bent, trek je ook nog eens een reflecterend hesje aan. Dan kan geen automobilist je nog missen (hoewel dat juist wel de bedoeling was). De Firefly is nog een prototype. Of het ding in productie wordt genomen is niet de vraag. Het is alleen een kwestie van wanneer. Er zijn overigens nog veel meer mogelijkheden met een soortgelijk lampje. Hardlopers en wandelaars zouden het nut er ook wel van kunnen inzien.

Winterweer is besteld door Carglass

Er is een oorzakelijk verband tussen het winterweer en de Carglassreclame! De laatste tijd zien we steeds vaker de autoglasherstellingsspecialisten op een redelijk knullige – want het zijn échte medewerkers – toon zeggen dat je snel iets moet ondernemen als er een steentje op je ruit is gekomen. Volgens mij is Carglass verantwoordelijk voor de winterse neerslag. Dat kan bijna niet anders.

Het ziet er op de foto zo onschuldig uit. Maar schijn bedriegt met ZOAB!

Het ziet er op de foto zo onschuldig uit. Maar schijn bedriegt met ZOAB!

Stukjes asfalt vallen aan
De sneeuw en ijzel zorgen er voor dat het ZOAB binnen de kortste keren zo open is dat er stukjes asfalt loslaten. En die stukjes vallen vrijwel automatisch je auto aan op plekken waar je het helemaal niet kunt gebruiken. Op je voorruit bijvoorbeeld. Maar dat is op zich niet zo erg. Carglass, Autotaalglas en je eigen autodealer kunnen met HPX2 en andere kunstharsen er voor zorgen dat het sterretje niet doorscheurt. Voor het geld hoef je het niet te laten: de verzekering betaalt in de meeste gevallen.

Automobiele trance
Heel anders is het gesteld met steenslag op de autolak. Gisteren maakte ik het nog mee. Nietsvermoedend reed ik van A naar B. Het zonnetje scheen flauw, er was weinig verkeer op de weg. Toen ineens: TIK! Een heel luide TIK welteverstaan! Ik schrok meteen op uit mijn automobiele trance. Een snelle inspectie van mijn voorruit leerde mij dat ik me daar geen zorgen over hoefde te maken. De tik zou zijn verwoestende werking elders op mijn bolide hebben gedaan. En ja hoor, bij thuiskomst zag ik het al: op een bepaalde plek is mijn (redelijk nieuwe) auto nu voorzien van een ontsierende plek zonder autolak. Je kunt het blanke staal gewoon zien zitten. Als het nu zo’n klein puntje was… Dat zou ik zelf nog kunnen bijwerken. Maar dit is geen puntje meer te noemen. Dit is een puntje, een komma, een uitroepteken en een vraagteken bij elkaar opgeteld.

Dat kost knaken
Op heel korte termijn zal ik eens een bezoekje brengen aan mijn garagist. Dan kan hij de schade opnemen. Hoogstwaarschijnlijk wordt het een typisch gevalletje van het bewuste onderdeel overspuiten. En dat kost knaken. Het zal je dan ook niet verbazen dat ik de wegbeheerder op de hoogte heb gebracht over het gedrag van zijn asfalt. Ik ben van mening dat die wegbeheerder in de buidel mag tasten voor het herstel van mijn autolak. Dan moet die wegbeheerder het maar weer verhalen op Carglass. Want Carglass heeft dat winterweer besteld. Toch?

Een warme-truienwinter

Morgen is het Warme-Truiendag in Nederland. Onze Vlaamse vrienden vieren dan Dikke-Truiendag. Of het nu warme of dikke truien zijn, dat maakt niets uit. In beide gevallen gaat het om een dag dat we stilstaan bij het klimaat en bij energiebesparing. Wat mij betreft is er echter niet alleen sprake van een Warme-Truiendag, maar ook van een Warme-Truienwinter.

12 februari 2010: Warme/Dikke-Truiendag. (c) www.stichtingmilieunet.nl.

12 februari 2010: Warme/Dikke-Truiendag. (c) www.stichtingmilieunet.nl.

Een knisperende winter
Hoewel de sneeuw een beetje op ieders zenuwen begint te werken, is het toch wel erg lekker, zo’n knisperende winter! Het is écht zo’n winter om er lekker op uit te trekken. Uiteraard met je dikke trui aan. Je fleecejack mag ook. Ook over een softshell doen we niet moeilijk. De natuur ziet er met deze sneeuw heel anders uit. Veel frisser, dat spreekt voor zich, maar ook ‘helderder’. Bovendien is de kans nu veel groter dat je eens wild ziet. Vossen, reeën, konijnen en hazen tonen zich nu alsof ze een modeshow lopen met hun winterse vacht. Je moet er wel oog voor hebben. En je moet er op uit trekken! Dus: dikke (en warme) trui aan en in de sokken!

Protocol van Kyoto
O ja, nog even voor de volledigheid: de Dikke/Warme-Truiendag vindt dit jaar voor de zesde keer plaats. Het evenement dankt zijn bestaan aan het Protocol van Kyoto uit 2005. Zowel in Vlaanderen als in Nederland wordt met deze campagne opgeroepen tot het slim gebruiken en besparen van energie: zet de verwarming wat lager, trek een warme trui aan! Tijdens Dikke/Warme-Truiendag wordt ook aangedrongen op maatregelen die de CO2-uitstoot terugdringen. Het besparen van energie is uiteraard een goede zaak. Ik heb wel zo mijn twijfels over de CO2-hoax. Maar vaste lezers van mijn weblog wisten dat al. Eigenlijk zit er wel een tegenstrijdigheid in deze ‘feestdag’. Als we de overheid moeten geloven, wordt de aarde kouder als het CO2-gehalte daalt (want de aarde wordt volgens deze theorie warmer als het CO2-gehalte stijgt). Gevolg daarvan is wel dat je de kachel wat oppookt. En dat zorgt voor een stijging van het energiegebruik. Je kunt natuurlijk ook twee dikke truien aantrekken. Maar of dat zo prettig zit…