Een jaarsalaris voor een camera

Het moeten mooie jaren zijn geweest, de tijd waarin Joseph Nicéphore Niépce (1765-1833) en Louis Jacques Mandé Daguerre (1787-1851) wonderen mogelijk maakten en grote stappen zetten op het gebied van fotografie. Beide Franse heren worden beschouwd als uitvinders van de fotografie.

De eerste foto ter wereld die is bewaard gebleven: een stalknecht met paard. Gemaakt in 1825 door Joseph Nicéphore Niépce.

De eerste foto ter wereld die is bewaard gebleven: een stalknecht met paard. Gemaakt in 1825 door Joseph Nicéphore Niépce.

Experimenten om beelden te vangen
Niépce startte in 1793 met allerlei experimenten om beelden te vangen. Het lukte hem al gauw om foto’s te maken, maar deze verbleekten vrijwel direct. In 1822 bedacht hij het procédé waarmee permanente foto’s mogelijk werden. Een paar jaar daarna, in 1825, vervaardigde hij zijn eerste foto. Hij zette een gravure van een stalknecht met paard op de gevoelige plaat. Een jaar later maakte hij – samen met Daguerre – de eerste foto van de buitenwereld. Deze foto geeft ons een blik op het uitzicht vanuit zijn dakraam. De resultaten van de inspanningen van Niépce waren voor de eerste helft van de negentiende eeuw verbluffend en wonderlijk.

De eerste van de buitenwereld: uitzicht vanuit het huis van Niépce in Le Gras. We schrijven het jaar van onze Heer 1826!

De eerste 'prent' van de buitenwereld: uitzicht vanuit het huis van Niépce in Le Gras. We schrijven het jaar van onze Heer 1826!

Unieke foto’s
Niépce en Daguerre werkten bij hun uitvindingen op fotografiegebied nauw samen. Na het nemen van de eerste foto’s stortte Daguerre zich op het bedenken van een methode om op een snelle manier foto’s te maken. Vier jaar na de dood van Niépce vond Daguerre de daguerreotypie uit. Dit is een methode waarmee zeer gedetailleerde foto’s konden worden ontwikkeld. Bij het procédé werd een gepolijste plaat gebruikt. Deze plaat was geprepareerd met kwikdampen. Daguerre maakte bij zijn techniek geen gebruik van negatieven. Een daguerreotypische afbeelding was meteen positief. Daardoor was het onmogelijk om meerdere afdrukken te maken. Dit zorgde dus voor werkelijk unieke foto’s!

Daguerreotype van Daguerre uit 1838. Te zien is de Boulevard du Temple in Parijs. Dit is de allereerste fotografische afbeelding van een mens: er is linksonder een man in beeld die bezig was zijn laarzen te laten poetsen.

Daguerreotype van Daguerre uit 1838. Te zien is de Boulevard du Temple in Parijs. Dit is de allereerste fotografische afbeelding van een mens: er is linksonder een man in beeld die bezig was zijn laarzen te laten poetsen.

Speeltje voor welgestelden
De kosten voor het ontwikkelen waren erg hoog. Ook de apparatuur waarmee beelden konden worden gevangen was vrijwel onbetaalbaar. De daguerreotypie werd al gauw het speeltje van rijken en welgestelden. Halverwege de negentiende eeuw verdween verdween de daguerreotypie van het fotografische toneel. Nieuwe – goedkopere, betere en meer betrouwbare – technieken kwamen er voor in de plaats. Het duurde echter nog een flinke tijd voordat fotografie voor de grote massa bereikbaar werd. Vergelijk dit eens met de huidige tijd, waarin werkelijk iedereen een camera binnen handbereik heeft en waarin er zo veel foto’s worden gemaakt dat het schier onmogelijk is geworden ze ooit allemaal te ordenen!

Eén jaarsalaris is niet meer voldoende om deze camera te kopen. (c) WestLicht Photographica Auction.

Eén jaarsalaris is niet meer voldoende om deze camera te kopen. (c) WestLicht Photographica Auction.

Fotografische romantiek
Liefhebbers van fotografische romantiek dienen binnenkort naar Wenen af te reizen. Daar kan immers worden geboden op een daguerreotype van de firma Giroux. Het betreft een exemplaar van ‘s werelds eerste fotocamera die op commerciële basis werd geproduceerd. In mei a.s. wordt de camera per opbod verkocht door het Weense veilinghuis WestLicht Photographica Auction. De camera in kwestie is 171 jaar oud en al generaties in het bezit van een familie uit Noord-Duitsland.

Goed kijken, dan zie je de handtekening van Daguerre! (c) WestLicht Photographica Auction.

Goed kijken, dan zie je de handtekening van Daguerre! (c) WestLicht Photographica Auction.

Handtekening van Daguerre
Alphonse Giroux, de zwager van Louis Jacques Mande Daguerre, is de maker van de camera. Hij fabriceerde deze Daguerreotype in september 1839. Erg bijzonder is dat Daguerre er zijn handtekening op heeft gezet! De camera is nog in originele staat. Zelfs de handleiding (in het Duits) uit 1839 zit er nog bij: ‘Praktische Beschreibung des Daguerreotyp’s’. Toen de camera op de markt kwam, kostte het apparaat zo’n vierhonderd Franse francs. Dit was ongeveer het jaarsalaris van een arbeider. Wat de camera nu gaat opbrengen, is onbekend. Het bieden start bij 200.000 euro. WestLicht gokt op een verkoopbedrag tussen de 500.000 en 700.000 euro. Niet bepaald het jaarsalaris van een huidige arbeider dus!

Achterwielen halen voorwielen in

Bah, ik ben het winterweer zo langzamerhand wel een beetje beu. Oké, een beetje vorst en een beetje sneeuw zijn wel leuk. Voor heel even. Zodra de wegen echter veranderen in intens gladde ijsbanen is het voor mij acuut over met de winterpret. Terwijl ik gisteravond na het sporten met mijn auto naar huis reed, kreeg ik het gevoel alsof mijn achterwielen mijn voorwielen wilden inhalen. Bizar met een hoofdletter B! Gelukkig kwam ik heelhuids thuis. Het zal je toch maar gebeuren: dat je wielen spontaan alle grip verliezen en je stuurmanskunsten niet correct worden vertaald naar je auto. Bij de schuivers die je dan kunt maken, is er echt geen houden meer aan. Brr… Geef mij het voorjaar en de zomer maar!

Zullen we het hele land vol zetten met dit soort verkeersborden?

Zullen we het hele land vol zetten met dit soort verkeersborden?

Flinterdun en flexibel

E-readers zijn hot! Vrijwel in elke zichzelf respecterende winkel struikel je er over. Je kunt ze kopen bij bijna elke elektronica- en computerzaak, maar ook bij de Bruna en de ANWB-winkels liggen de digitale boeklezers in de schappen. Gek woord trouwens, boeklezer (of E-reader), want in feite is degene die de E-reader gebruikt de lezer en de E-reader is het boek. Hoewel… Dat klopt ook niet helemaal: de E-reader is eigenlijk de kaft, het omslag en het papier. De letters, woorden en alinea’s kun je er in digitale vorm op zetten. Goed, voordat ik doordraaf, zal ik er mee stoppen. Feit blijft dat E-readers hot zijn!

Flinterdun en flexibel: de E-reader van LG. (c) LG.

Flinterdun en flexibel: de E-reader van LG. (c) LG.

Metaalfolie en elektronische ‘inkt’
LG, de Koreaanse elektronicagigant, is ook flink bezig met het ontwikkelen van E-readers. Onlangs brachten ze al een kleine flexibele reader uit. Binnenkort volgt een flexibele reader op A3-formaat. Dit formaat is te vergelijken met het huidige formaat van een dagblad. Het meest bijzondere aan deze voorlopig grootste E-reader ter wereld is het feit dat het ding oprolbaar en flexibel is. Als je ‘m gebruikt, is de ervaring bijna hetzelfde als het lezen van een échte krant. LG maakt dit mogelijk door op een slimme manier flinterdunne metaalfolie (0,3 mm) en elektronische ‘inkt’ te combineren. Hoewel deze A3-reader extreem flexibel is, is het apparaatje ook erg duurzaam. Vanwege de flexibiliteit kan het display vrijwel niet kapot gaan. Het mooie van de nieuwe E-reader is dat je ‘m schijnt te kunnen lezen bij gewoon licht. Er wordt geen gebruik gemaakt van backlighttechnieken. Wanneer dit boombesparende alternatief voor de papieren krant op de markt komt, is absoluut niet bekend. Het is zelfs niet eens zeker dat hij er komt. LG heeft kort geleden alleen het prototype getoond. Hoe het ook loopt: ook de digtitale krant brengt (straks) leugens in het land!

Kan zo door de brievenbus: de E-reader van LG. (c) LG.

Kan zo door de brievenbus: de E-reader van LG. (c) LG.

Een fiets als massavernietigingswapen

Een supersnelle stadse stijl. Die heb ik, als ik Trek ten minste mag geloven! Al jarenlang ben ik een liefhebber van deze Amerikaanse fietsenmaker. Niet voor niets fiets ik – oké als het mooi weer is – graag op mijn X700 (met carbon voor- en achtervork) en op mijn 4300 hardtail. Afgelopen weekeinde waren wij – bij toeval – even bij de lokale fietsendetaillist. Onze skrivadurak wilde heel even naar een ‘moderne’ omafiets kijken.

De omafiets is al jaren erg populair (en gevaarlijk).

De omafiets is al jaren erg populair (en gevaarlijk).

Bijzondere tweewielers
Bij binnenkomst werd ons oog echter getroffen door een stel in redelijk retrogrijs uitgevoerde fietsen. O nee, ik moet natuurlijk Urban Bikes zeggen! Hoe dan ook: het waren tweewielers. Erg bijzondere tweewielers, want beide moesten het zonder ketting doen. Op de plek van de ketting was door Trek een riem gemonteerd. Die riem leek verdacht veel op een v-snaar van een auto. De fietsenmaker vertelde ons dat dit het neusje van de zalm was. Of ik een proefritje wilde maken? Natuurlijk! Met een zwierige zwaai vloog ik op het fietsje (de Soho Urban Assault Vehicle – het lijkt wel een massamassavernietigingswapen!) en trapte ik er op los.

De Trek Soho is uitgerust met een aandrijfriem. Dat maakt het fietsen erg licht. (c) Trek Bikes.

De Trek Soho is uitgerust met een aandrijfriem. Dat maakt het fietsen erg licht. (c) Trek Bikes.

Erg gemakkelijk trappen
Wat mij het meeste opviel, was dat het trappen erg gemakkelijk ging. Geruisloos bovendien. Voor ik het wist zoefde met een forse snelheid over de kasseien in het dorp. Wauw! Met de wind in mijn haren reed ik een rondje en kwam enthousiast terug bij de fietsenspeciaalzaak. Lekker fietsje! Mooie techniek! Maar… Om ‘m nu aan te schaffen. Dat is andere koek. Het korte proefritje deed me wel weer beseffen dat het onderhand weer eens tijd gaat worden om met mijn luie gat op die andere Treks plaats te nemen. Het voorjaar komt er binnenkort aan, tijd om de fietsen uit het vet te halen!

De Trek Soho: betaalbare innovatie. (c) Trek Bikes.

De Trek Soho: betaalbare innovatie. (c) Trek Bikes.

Naar school en de bieb
O ja, hoe het afliep met die omafiets? Nou, op aanraden van de fietsenspecialist wachten we daar nog even mee. Hij achtte het niet verstandig om onze skrivadurak nu al op zo’n zwabberend gevaarte te laten plaatsnemen. Dus gaan we binnenkort het stuur en het zadel van haar oude fietsje wat hoger zetten. Dan kan ze toch wat comfortabeler op en neer rijden naar school en de bieb!

Werkkrachten van over de grens

Gastarbeider. Die term wordt tegenwoordig nauwelijks nog gebruikt. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw hoorde je dit woord vaak. Gastarbeiders, dat waren noeste werkers uit Spanje, Italië, Joegoslavië, Turkije en Marokko. Ze bouwden mee aan de welvaart van Nederland en knapten de klussen op waar hun Nederlandse collega’s de neus voor ophaalden. Toen de gast van het woordje gastarbeider afviel, hadden we het ineens over allochtone arbeiders. Later werden het allochtonen en zelfs medelanders. Hoe dan ook: iedereen is wel bekend met het fenomeen van de werkkracht van over de grens. Ons land zou ons mooie multiculturele land niet zijn geworden zonder deze personen.

Tolerant
Nederland staat er al eeuwen om bekend om tolerant te zijn. In vroeger tijden verwelkomden we al massaal Spaanse en Portugese Joden, Hugenoten uit Frankrijk en Vlamingen uit de omgeving van Antwerpen. Tegenwoordig zien we vooral onze medeburgers uit de Oostelijke gedeelten van onze Europese Unie zich het schompes werken in de bouw, de industrie en de agrarische sector. Wederom doen zij werk wat anderen vaak laten liggen. Een heel bijzondere vorm van gastarbeid zien we in de katholieke kerk. Vanwege het schrijnende tekort aan pastoors worden er hulpkrachten van over de grens ingevlogen. In sommige parochies preken Belgen met een superzachte g. Ook zijn er al Vietnamese ‘herders’ gesignaleerd. Maar in onze parochie is de meest bijzondere exotische bedienaar van Gods woord actief. Onze pastoor komt uit India, spreekt goed Nederlands (maar met een vette tongval), heeft een schat aan humor en relativeringsvermogen, maakt de lekkerste tandoori en kan het volgens mij best wel waarderen dat ik hem vanaf deze plek niet betitel als ‘gastarbeider’, maar als ‘geestarbeider’.

Ook deze 'herder' was innemend: bisschop Bekkers van 's-Hertogenbosch. Bron: www.anno.nl.

Ook deze 'herder' was innemend: bisschop Bekkers van 's-Hertogenbosch. Bron: www.anno.nl.

De 'meester' en Doornroosje

De adepten van de Burtoneske cinematografie kunnen niet wachten. Nog heel even en dan gaat Alice in Wonderland van de ‘meester der filmmakers’ in première. Op 10 maart 2010 om precies te zijn. Spannend! Bijna net zo spannend als de geruchtenstroom die onlangs op gang is gekomen. Regisseur Tim Burton zou met plannen spelen om op zijn eigen unieke manier een ander sprookje te verfilmen. Het ‘slachtoffer’ in kwestie zou Doornroosje zijn.

Zoiets zul je krijgen als Tim Burton met Doornroosje aan de haal gaat.

Zoiets zul je krijgen als Tim Burton met Doornroosje aan de haal gaat.

Een ‘andere’  manier
Het sprookje zou door Burton op een ‘andere’ manier worden verteld. Meer ‘doorn’ dan ‘roosje’ zullen we maar zeggen. Als hoofdpersoon gaat hij naar verluid ‘Sleeping Beauty’ vervangen door de boze tovenares Malafide. Dat levert ongetwijfeld lekker donkere en gotische beelden op! O ja, de geruchtenmakers zijn er ook van overtuigd dat het wederom een combinatie gaat worden van animatie en ‘echte’ acteurs. We kunnen niet wachten totdat onze Tim aan het filmen gaat!

De ‘meester’ en Doornroosje

De adepten van de Burtoneske cinematografie kunnen niet wachten. Nog heel even en dan gaat Alice in Wonderland van de ‘meester der filmmakers’ in première. Op 10 maart 2010 om precies te zijn. Spannend! Bijna net zo spannend als de geruchtenstroom die onlangs op gang is gekomen. Regisseur Tim Burton zou met plannen spelen om op zijn eigen unieke manier een ander sprookje te verfilmen. Het ‘slachtoffer’ in kwestie zou Doornroosje zijn.

Zoiets zul je krijgen als Tim Burton met Doornroosje aan de haal gaat.

Zoiets zul je krijgen als Tim Burton met Doornroosje aan de haal gaat.

Een ‘andere’  manier
Het sprookje zou door Burton op een ‘andere’ manier worden verteld. Meer ‘doorn’ dan ‘roosje’ zullen we maar zeggen. Als hoofdpersoon gaat hij naar verluid ‘Sleeping Beauty’ vervangen door de boze tovenares Malafide. Dat levert ongetwijfeld lekker donkere en gotische beelden op! O ja, de geruchtenmakers zijn er ook van overtuigd dat het wederom een combinatie gaat worden van animatie en ‘echte’ acteurs. We kunnen niet wachten totdat onze Tim aan het filmen gaat!

Tommy bedacht in Brabant

Moffen, Yanks, Tommy’s. Iedereen met een beetje interesse in oorlog en geschiedenis kent deze bijnamen wel. Vrij weinig personen weten de oorsprong van deze ‘geuzennamen’. Hoog tijd om eens in die naamgevingshistorie te duiken!

‘Mof’ bestaat al eeuwenlang
Het scheldwoord ‘mof’ bestaat al eeuwenlang in het Nederlands. Zowel in Vlaanderen als in Nederland werd het gebruikt om onze Oosterburen er mee aan te duiden. Het gebruik van het woordje ‘mof’ neemt af. De tijden dat zelfs ons staatshoofd het in haar speeches gebruikte, liggen (gelukkig) ver achter ons. Al in de zestiende eeuw werd in de Lage Landen gesproken over moffen. Daarmee werden immigranten aangeduid die profiteerden van de armenzorg. Met ‘mof’ duidde men in deze tijd dus niet per se altijd een Duitser aan.

De scheldnaam 'mof' wordt vooral geassocieerd met de Tweede Wereldoorlog.

De scheldnaam 'mof' wordt vooral geassocieerd met de Tweede Wereldoorlog.

Duitsers met een grote mond
Hoe is ‘mof’ dan in verband gekomen met onze Oosterburen? Er bestaat een Duits woordje, ‘Muff’. Daarmee duiden de Duitsers iemand aan met een grote mond. Ha! Dat is het: Duitsers hebben grote monden, dus zijn we ze ‘moffen’ gaan noemen! Misschien… Het kan ook maar net zo zijn dat het scheldwoord op een andere manier is ontstaan. Zo droegen Duitse soldaten uit Münster tijdens het beleg van Groningen (in 1672) moffen. De inwoners van de Lage Landen vonden dit zeer verwijfd aandoen. Die Duitse soldaten konden nooit veel soeps zijn! Het is ook goed mogelijk dat we het woord ‘mof’ te danken hebben aan de Oost-Friezen en Eemslanders. Zij noemden de Duitse landen in de zeventiende eeuw ‘Muff’. Om een lang verhaal kort te maken: we weten niet precies waar het woordje vandaan komt.

Eerste Coalitieoorlog
Heel anders is het gesteld met ‘Tommy’. Van deze bijnaam is de exacte geboorteplaats en geboortedatum bekend. Hou je vast, dan gaan we terug naar september 1794, naar de Eerste Coalitieoorlog tegen de Franse Republiek. De veldslag werd uitgevochten tussen Franse troepen onder bevel van generaal Jean-Charles Pichegru en geallieerde troepen (Britten, Hessen en Hannoverianen) onder het commando van Frederik August, hertog van York stonden. Op 14 september 1794 rukten de Fransen al strijdend op naar ‘s-Hertogenbosch. Zij vielen hierbij de geallieerden bij Boxtel vanuit drie zijden aan. Na een hevige strijd van een uurtje of drie werd het dorp en de strategisch belangrijke brug over de Dommel ingenomen. Daarna gingen de Fransen verder met hun veldtocht.

De naam van soldaat Thomas Atkins werd synoniem voor de dappere Britse strijder.

De naam van soldaat Thomas Atkins werd synoniem voor de dappere Britse strijder.

Hertog van Wellington
Op 15 september 1794 wilden de geallieerden Boxtel heroveren. De Britse versterkingen slaagden daar echter niet in. Sterker nog: de geallieerden vluchtten in blinde paniek en werden achterna gezeten door de Franse troepen. Arthur Wellesley, de latere hertog van Wellington, voerde deze dag samen met zijn 33-ste infanterieregiment zijn allereerste veldslag. Hij bewees toen een kundig strateeg en een bekwaam militair te zijn. Eén van zijn soldaten – Thomas Atkins – kreeg het zwaar voor de kiezen tijdens de strijd. Wellesey zocht de stervende jongeman op en informeerde naar zijn toestand. Thomas richtte zich op naar zijn commandant en sprak de historisch geworden optimistische woorden: “It’s all right sir, it’s all in a day’s work“. Kort daarop sloot Atkins voorgoed zijn ogen. Sinds 15 september 1794 is de voornaam van Atkins in gebruik als koosnaam voor Britse soldaten. ‘Tommy’ verwijst naar de optimistische en moedige instelling van de Britse strijders.

Aan de geuzennaam 'yankee' zit een Nederlands tintje.

Aan de geuzennaam 'yankee' zit een Nederlands tintje.

Nieuw-Nederland
En hoe zit het dan met ‘Yanks’? Ook hier zit een Nederlands tintje aan! De Nederlanden hadden in de zeventiende eeuw (tot september 1664) een kolonie in het gebied dat wij nu Verenigde Staten van Amerika noemen. In dit Nieuw-Nederland (met Nieuw-Amsterdam als hoofdstad) woonden veel personen met ‘Jan’, ‘Kees’ en ‘Jan-Kees’ als voornaam. Dit was trouwens ook het geval in de Nederlanden zelf. Erg origineel waren ze niet als het op voornaamgeving aankwam. ‘Yankee’ is een verengelste variant van ‘Jan-Kees’.

Geuzennaam voor alle inwoners
Aanvankelijk werden er Nederlandse  kolonisten mee aangeduid. Later werd de naam ook gebruikt voor Engelse kolonisten, die zich vestigden in voormalig Nederlands gebied. Weer later werd Yankee de geuzennaam voor alle inwoners van dit gedeelte van de Verenigde Staten (New-England). De beide wereldoorlogen zorgden er voor dat de Europeanen alle Amerikaanse strijders aanduidden met de bijnaam ‘Yankee’.

Muziektaks op internetabonnementen

Muzikantenvakbonden pleiten voor een heffing op internetabonnementen. Zo willen zij het inkomensverlies door downloaders compenseren. Dit was hèt nieuws dat afgelopen weekeinde tijdens muziekfestival Noorderslag in Groningen naar buiten werd gebracht. Toen ik dit hoorde dacht ik twee dingen: wel ja, weer een belasting erbij! En: waarom wordt er bij internetdiefstal alleen gesproken over makers van muziek en film? Ook van mijn eigen weblog worden regelmatig teksten en foto’s ‘geleend’. Maar daar hoor je niemand over (ja, oké, ik heb het er nu over).

Komen er ook tekstbelastingen en fotoheffingen als er een muziektaks wordt ingevoerd? (c) Ahmad Hania/Iconfinde.net.

Komen er ook tekstbelastingen en fotoheffingen als er een muziektaks wordt ingevoerd? (c) Ahmad Hania/Iconfinder.net.

Teksten en foto’s graaien
Schijnbaar is het not done om muziek en films van het internet te plukken, maar mag iedereen wel teksten (mijn eerste en belangrijkste bron van inkomsten) en foto’s (mijn tweede bron van inkomsten) graaien zonder dat er wordt gedaan aan enige vorm van bronvermelding! Natuurlijk mag je mijn teksten en foto’s voor eigen gebruik kopiëren, tonen, bewaren en reproduceren. In mijn ‘kleine lettertjes‘ stel ik echter wel een aantal voorwaarden. Goed, even verder met mijn ergernissen: niemand heeft het over inkomstenderving, naburige rechten en misgelopen royalty’s van auteurs van weblogs.

Geen stuiver
Natuurlijk ben ik de auteursrechthebbende op mijn verzinsels. Dat voelt goed, maar het levert geen stuiver op. Uiteindelijk wil ik iedere dag wel een boterham (graag met beleg), dus als iemand gecharmeerd is van mijn teksten en foto’s en er graag wat geld voor over heeft, zal ik op verzoek mijn bankgegevens doorgeven! Dat kunnen die muzikanten dan toch ook doen? Maar nee, ze schreeuwen moord en brand over teruglopende inkomsten (terwijl het gros van hun inkomen bij elkaar wordt gespeeld tijdens concerten, festivals en andere optredens)! Een heffing moet er komen en snel een beetje.

Ik wil niet bestolen worden
De muzikanten en hun vakbonden gaan compleet voorbij aan het feit dat er ook personen zijn die geen muziek of films downloaden. Noem mij stom, maar ik ben er zo eentje. Onder het motto ‘ik wil niet bestolen worden, dus ik steel ook niet van anderen’ respecteer ik ieders auteursrecht. Wel beluister ik muziek via iTunes. Als een nummer mij bevalt, schaf ik het aan. Dus laat wat mij betreft die internettaks maar achterwege! Anders dien ik ook een declaratie in bij mijn provider! Ach ja, het vakbondsplan is in ieder geval niet zo erg als de kabinetsvoorstellen die alle internetters willen criminaliseren met een compleet downloadverbod. We zien wel wat er van komt…

Daar moet op gedronken worden!

Hieperdepiep hoera in de gloria! skrivadur.wordpress.com bestaat vandaag precies één jaar. Op zo’n feestelijke gebeurtenis moet uiteraard gedronken worden. En skrivadur zou skrivadur niet zijn als hij niet zou kiezen voor een lekkere koffiespecialiteit! Het is dat ik momenteel niet op reis ben, anders zou ik wel weten hoe ik mijn espresso, macchiato of cappuccino zou zetten: met de kleinste espressomachine ter wereld die op batterijen werkt. Het design van de Deense firma Stelton houdt het midden tussen een thermoskan en een moderne pepermolen. Strak ziet het er in ieder geval wel uit. Het koffiezettertje heet heel voor de hand liggend ‘Simply Espresso’. Want met dit apparaatje wordt espresso zetten kinderspel.

Frans design uit Denemarken: espresso voor onderweg. (c) Stelton.

Frans design uit Denemarken: espresso voor onderweg. (c) Stelton.

Een magnetron is nodig voor je schuimlaag
Voor het ontwerp klopten de Denen aan bij de Fransen (dat mag ook in de krant!). De espressomaker-voor-onderweg werkt met ese-espressopads. Er komen vast en zeker ook navulbare pads in de handel. Wie een lekkere cappu wil, moet nog een andere Deense koker aanschaffen: de ‘mælkeskummer’, dat is inderdaad erg Deens voor ‘melkschuimer’. Helaas heb je voor dit apparaatje een magnetron nodig om je melk op te warmen. Dat is natuurlijk jammer, want zo’n microgolfoven heb je niet één, twee, drie op zak als je naar de tropen of het poolgebied afreist. Goed, dan houden we het toch gewoon op een espressootje! Wel meteen een batterijlader meenemen, anders kun je binnen de kortste keren geen koffie meer zetten. Want de Stelton heeft natuurlijk wel wat energie nodig om een druk van rond de 16 bar op te bouwen.

Voor de 'handige' melkschuimer heb je wel een magnetron nodig. (c) Stelton.

Voor de 'handige' melkschuimer heb je wel een magnetron nodig. (c) Stelton.

De heilige drievuldigheid op koffiegebied
Je koffie-voor-onderwegset is pas compleet als je naast de espressomaker en de melkschuimer ook de thermosfles van geborsteld staal aanschaft. Dan pas is er écht sprake van de heilige drievuldigheid op koffiegebied. Maar ja, of er dan nog sprake is van een handig systeem voor op reis… Leuk geprobeerd Stelton, maar wellicht is het verstandiger om op reis te kiezen voor een écht simpele cafétière.